Art. 5 Verordening (EU) nr. 1151/2012, Voorschriften voor oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen
Verordening (EU) nr. 1151/2012
1. Voor de toepassing van deze verordening is „oorsprongsbenaming” een naam die een product aanduidt:
a) dat afkomstig is uit een bepaalde plaats, een bepaalde streek of, in uitzonderlijke gevallen, een bepaald land;
b) waarvan de kwaliteit of de kenmerken hoofdzakelijk of uitsluitend zijn toe te schrijven aan de specifieke geografische omgeving met haar eigen door natuur en mens bepaalde factoren, en
c) waarvan alle productiestadia in het afgebakende geografische gebied plaatsvinden.
2. Voor de toepassing van deze verordening is „geografische aanduiding” een naam die een product aanduidt:
a) dat afkomstig is uit een bepaalde plaats, een bepaalde streek, of een bepaald land;
b) waarvan een bepaalde kwaliteit, de faam, of een ander kenmerk hoofdzakelijk aan de geografische oorsprong ervan is toe te schrijven, en
c) waarvan ten minste een van de productiestadia plaatsvindt in het afgebakende geografische gebied.
3. Niettegenstaande lid 1 worden bepaalde namen voor producten waarvan de grondstoffen afkomstig zijn uit een geografisch gebied dat groter is dan of verschillend is van het afgebakende geografische gebied, toch als oorsprongsbenamingen behandeld mits:
a) het productiegebied van de grondstoffen afgebakend is;
b) er bijzondere voorwaarden aan de productie van de grondstoffen zijn verbonden;
c) er controleregelingen zijn om te waarborgen dat de onder b) vermelde voorwaarden worden nageleefd, en
d) de desbetreffende oorsprongsbenamingen vóór 1 mei 2004 in het land van oorsprong als oorsprongsbenaming erkend waren.
Voor de toepassing van dit lid worden alleen levende dieren, vlees en melk als grondstoffen beschouwd.
4. Om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de productie van dierlijke producten is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 56 gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake beperkingen en afwijkingen betreffende het betrekken van diervoeder in het geval van een oorsprongsbenaming.
Voorts is de Commissie, om rekening te houden met de specificiteit van bepaalde producten en gebieden bevoegd om overeenkomstig artikel 56 gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake beperkingen en afwijkingen ten aanzien van het slachten van levende dieren of ten aanzien van het betrekken van grondstoffen.
Bij deze beperkingen of afwijkingen wordt op basis van objectieve criteria rekening gehouden met de kwaliteit of het gebruik en erkende knowhow of natuurlijke factoren.