Art. 49 Verordening (EU) nr. 1151/2012, Aanvraag tot registratie van namen

Verordening (EU) nr. 1151/2012

1. Alleen groeperingen die werken met de producten met de te registreren naam kunnen een aanvraag tot registratie van namen krachtens de in artikel 48 bedoelde kwaliteitsregelingen indienen. Voor een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding die een grensoverschrijdend geografische gebied aanduidt of voor gegarandeerde traditionele specialiteiten, kunnen verscheidene groeperingen uit verschillende lidstaten of derde landen een gezamenlijke registratieaanvraag indienen.

Eén natuurlijke persoon of rechtspersoon kan worden gelijkgesteld met een groepering indien wordt aangetoond dat aan beide volgende voorwaarden wordt voldaan:

a) de betrokken persoon is de enige producent die bereid is een aanvraag in te dienen;

b) met betrekking tot beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen verschillen de kenmerken van het afgebakende geografische gebied aanzienlijk van die van naburige gebieden, of verschillen de kenmerken van het product van de kenmerken van de producten die worden geproduceerd in naburige gebieden.

2. Indien een aanvraag krachtens de in titel II vastgestelde regeling betrekking heeft op een geografisch gebied in een lidstaat of indien een aanvraag krachtens de in titel III vastgestelde regeling door een in een lidstaat gevestigde groepering wordt opgesteld, wordt de aanvraag gericht tot de autoriteiten van die lidstaat.

De lidstaat onderzoekt de aanvraag op gepaste wijze om te controleren of deze gerechtvaardigd is en aan de voorwaarden van de desbetreffende regeling voldoet.

3. De lidstaat voorziet als onderdeel van het in lid 2, tweede alinea, van dit artikel bedoelde onderzoek in een nationale bezwaarprocedure die een adequate openbaarmaking van de aanvraag garandeert en voorziet in een redelijke termijn waarbinnen elke natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang die op het grondgebied van de lidstaat is gevestigd of woonachtig is, bezwaar tegen de aanvraag kan aantekenen.

De lidstaat toetst de ontvankelijkheid van de bezwaarschriften die in het kader van de regeling van titel II of van titel III worden ingediend aan de hand van de in artikel 10, lid 1, respectievelijk artikel 21, lid 1, genoemde criteria.

4. Indien de lidstaat, na de beoordeling van eventueel ontvangen bezwaarschriften, oordeelt dat aan de vereisten van deze verordening is voldaan, kan hij een gunstig besluit nemen en bij de Commissie een aanvraagdossier indienen. De lidstaat stelt de Commissie in dat geval in kennis van de ontvankelijke bezwaarschriften welke in ontvangst zijn genomen van natuurlijke of rechtspersonen die de desbetreffende producten legaal op de markt hebben gebracht waarbij zij de desbetreffende benamingen gedurende minstens vijf jaar vóór de in lid 3 bedoelde datum van openbaarmaking onafgebroken hebben gebruikt.

De lidstaat zorgt ervoor dat zijn gunstige besluit openbaar wordt gemaakt en dat elke betrokken natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang de gelegenheid krijgt beroep aan te tekenen.

De lidstaat zorgt ervoor dat de versie van het productdossier waarop het gunstig besluit betrekking heeft, bekend wordt gemaakt, en dat het productdossier elektronisch toegankelijk is.

Met betrekking tot beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen zorgt de lidstaat ook voor adequate openbaarmaking van de versie van het productdossier waarop de Commissie haar besluit uit hoofde van artikel 50, lid 2, neemt.

5. Indien de aanvraag krachtens de in titel II vastgestelde regeling betrekking heeft op een geografisch gebied in een derde land of indien een aanvraag krachtens de in titel III vastgestelde regeling door een in een derde land gevestigde groepering wordt opgesteld, wordt de aanvraag bij de Commissie ingediend, hetzij rechtstreeks, hetzij via de autoriteiten van het betrokken derde land.

6. De in dit artikel bedoelde documenten die aan de Commissie worden toegezonden, worden opgesteld in een van de officiële talen van de Unie.

7. Om de aanvraagprocedure te vergemakkelijken, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 56 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot bepaling van de regels voor het toepassen van de nationale bezwaarprocedure voor op meer dan een nationaal grondgebied betrekking hebbende gezamenlijke aanvragen en tot aanvulling van de voorschriften betreffende de aanvraagprocedure.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen betreffende de procedures, de vorm en de presentatie van aanvragen, inclusief voor aanvragen die betrekking hebben op meer dan één nationaal grondgebied. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 57, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Vorige artikelen

Volgende artikelen