Art. 85 Verordening (EU) nr. 648/2012, Verslag en toetsing
1. Uiterlijk op 17 augustus 2015 toetst de Commissie deze verordening en stelt zij er een algemeen verslag over op. De Commissie legt dat verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad, samen met eventuele passende voorstellen.
Meer bepaald beoordeelt de Commissie:
a) in samenwerking met de leden van het ESCB, of er maatregelen moeten worden genomen ter vergemakkelijking van de toegang van CTP's tot liquiditeitfaciliteiten van de centrale banken;
b) in overleg met ESMA en de betrokken sectorale autoriteiten, het systemische belang van de transacties van niet-financiële bedrijven in otc-derivaten en meer bepaald de gevolgen van deze verordening voor het gebruik van otc-derivaten door niet-financiële bedrijven;
c) in het licht van de ervaring, de werking van het toezichtkader voor CTP's, met inbegrip van de doeltreffendheid van toezichtcolleges, de respectieve bepalingen als neergelegd in artikel 19, lid 3, met betrekking tot de stemming, en het optreden van ESMA, met name tijdens het proces met het oog op het verlenen van vergunningen aan CTP's;
d) in samenwerking met ESMA en het ESRB, de doeltreffendheid van marginvereisten ter voorkoming van procyclische effecten en de noodzaak om aanvullende interventiecapaciteit op dit terrein te bepalen;
e) in samenwerking met ESMA, de ontwikkeling van het beleid van de CTP's ten aanzien van de margin- en veiligheidsvereisten met betrekking tot zekerheden en de aanpassing daarvan aan de specifieke activiteiten en risicoprofielen van hun gebruikers.
Bij de beoordeling als bedoeld in de eerste alinea, onder a), wordt rekening gehouden met eventuele resultaten van de lopende besprekingen tussen de centrale banken op het niveau van de EU en op internationaal niveau. Bij de beoordeling wordt ook rekening gehouden met het beginsel van onafhankelijkheid van de centrale banken, die het recht hebben om naar eigen goeddunken toegang te bieden tot hun liquiditeitfaciliteiten, alsook met de potentiële onbedoelde invloed op het gedrag van de CTP's of op de interne markt. Flankerende voorstellen mogen in geen geval rechtstreeks of onrechtstreeks discrimineren tegen een lidstaat of een groep van lidstaten als platform voor clearingdiensten.
2. Uiterlijk op 17 augustus 2014 stelt de Commissie, na raadpleging van ESMA en de EIOPA een verslag op waarin beoordeeld wordt welke vorderingen en inspanningen de CTP's gerealiseerd hebben bij de ontwikkeling van technische oplossingen voor het overdragen door pensioenregelingen van andere zekerheden dan contanten als variatiemarges, alsook of er behoefte is aan maatregelen om een dergelijke oplossing te faciliteren. Indien de Commissie van oordeel is dat de nodige inspanningen om passende technische oplossingen te ontwikkelen niet zijn verricht en dat de negatieve gevolgen van centrale clearing van derivatencontracten voor het pensioeninkomen van toekomstige gepensioneerden onveranderd blijven, is zij bevoegd overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in artikel 89, lid 1, bedoelde termijn van drie jaar eenmaal met twee jaar en eenmaal met een jaar te verlengen.
3. ESMA dient bij de Commissie verslagen in:
a) over de toepassing van de clearingverplichting van titel II en met name het ontbreken van een clearingverplichting voor otc-derivatencontracten die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn gesloten;
b) over de toepassing van de inventarisatieprocedure krachtens artikel 5, lid 3;
c) over de toepassing van de voorschriften inzake vermogensscheiding als neergelegd in artikel 39;
d) over de uitbreiding van het toepassingsgebied van de interoperabiliteitsregelingen van titel V tot transacties in andere categorieën financiële instrumenten dan effecten en geldmarktinstrumenten;
e) over de toegang van CTP's tot handelsplatforms, de gevolgen van bepaalde praktijken voor het concurrentievermogen en de impact op liquiditeitsfragmentatie;
f) over het personeel en de middelen die ESMA nodig heeft om haar bevoegdheden en taken overeenkomstig deze verordening uit te oefenen;
g) over de gevolgen van de toepassing van aanvullende vereisten door de lidstaten uit hoofde van artikel 14, lid 5.
Deze verslagen moeten ten behoeve van lid 1 uiterlijk op 30 september 2014 bij de Commissie worden ingediend. Zij worden ook voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad.
4. Na een beoordeling van het ESRB te hebben gevraagd, stelt de Commissie, in samenwerking met de lidstaten en ESMA, een jaarverslag op waarin alle mogelijke systeemrisico's en kostenimplicaties van interoperabiliteitsregelingen worden beoordeeld.
In dat verslag wordt aandacht besteed aan het aantal en de complexiteit van dergelijke regelingen, en aan de adequaatheid van de risicobeheersystemen en -modellen. De Commissie legt dat verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad, samen met eventuele passende voorstellen.
Het ESRB verstrekt de Commissie haar beoordeling van alle implicaties die interoperabiliteitsregelingen met betrekking tot systeemrisico's kunnen hebben.
5. ESMA legt aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een jaarverslag voor over de sancties die door bevoegde autoriteiten zijn opgelegd, met inbegrip van de toezichtmaatregelen, geldboeten en dwangsommen.