Art. 4 Verordening (EU) nr. 648/2012, Clearingverplichting

Verordening (EU) nr. 648/2012

1. Tegenpartijen clearen alle otc-derivatencontracten welke behoren tot een klasse van otc-derivaten waarop de clearingverplichting in overeenstemming met artikel 5, lid 2, van toepassing is verklaard, indien die contracten aan de beide volgende voorwaarden voldoen:

a) zij zijn gesloten:

i) tussen twee financiële tegenpartijen;

ii) tussen een financiële tegenpartij en een niet-financiële tegenpartij die voldoet aan de in artikel 10, lid 1 ter, bedoelde voorwaarden;

iii) tussen twee niet-financiële tegenpartijen die voldoen aan de in artikel 10, lid 1 ter, bedoelde voorwaarden;

iv) tussen een financiële tegenpartij of een niet-financiële tegenpartij die voldoet aan de in artikel 10, lid 1 ter, bedoelde voorwaarden en een entiteit die gevestigd is in een derde land dat aan de clearingverplichting onderworpen zou zijn indien het in de Unie gevestigd was; hetzij

v) tussen twee entiteiten die gevestigd zijn in een of meer derde landen die aan de clearingverplichting onderworpen zouden zijn indien zij in de Unie gevestigd waren, als het contract aanzienlijke en voorzienbare rechtstreekse gevolgen binnen de Unie heeft of indien een daartoe strekkende verplichting passend of noodzakelijk is om te voorkomen dat bepalingen van deze verordening worden omzeild, en

b) zij worden gesloten of verlengd:

i) op of na de datum met ingang waarvan de clearingverplichting in werking treedt; dan wel

ii) op of na de datum van kennisgeving als bedoeld in artikel 5, lid 1, maar vóór de datum met ingang waarvan de clearingverplichting in werking treedt, indien de resterende looptijd van die contracten langer is dan de door de Commissie overeenkomstig artikel 5, lid 2, punt c, bepaalde minimale resterende looptijd.

2. Onverminderd de toepassing van risicolimiteringstechnieken als bedoeld in artikel 11, zijn otc-derivaten die zijn aan te merken als intragroeptransacties in de zin van artikel 3 niet aan de clearingverplichting onderworpen.

De vrijstelling als neergelegd in de eerste alinea is alleen van toepassing:

a) indien twee in de Unie gevestigde tegenpartijen die tot dezelfde groep behoren hun respectieve bevoegde autoriteiten vooraf schriftelijk in kennis hebben gesteld van hun voornemen om gebruik te maken van de vrijstelling voor de tussen hen onderling aangegane otc-derivatencontracten. De kennisgeving dient uiterlijk 30 kalenderdagen voor het beoogde gebruik van de ontheffing plaats te vinden. Binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van die kennisgeving kunnen de bevoegde autoriteiten bezwaar maken tegen het gebruik van deze vrijstelling indien de transacties tussen de tegenpartijen niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, onverminderd het recht van de bevoegde autoriteiten om na de verstrijking van deze periode van 30 kalenderdagen bezwaar aan te tekenen indien aan die voorwaarden niet langer wordt voldaan. Als er tussen de bevoegde autoriteiten een verschil van mening bestaat, kan ESMA deze autoriteiten overeenkomstig haar bevoegdheden uit hoofde van artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 helpen overeenstemming te bereiken;

b) voor otc-derivatencontracten tussen twee tegenpartijen die behoren tot dezelfde groep en die zijn gevestigd in een lidstaat en in een derde land, indien de tegenpartij die gevestigd is in de Unie van haar bevoegde autoriteit binnen 30 kalenderdagen nadat deze daarvan door de in de Unie gevestigde tegenpartij in kennis is gesteld, toestemming heeft gekregen om deze vrijstelling toe te passen, met dien verstande dat aan de in artikel 3 neergelegde voorwaarden moet zijn voldaan. De bevoegde autoriteit stelt ESMA van dat besluit in kennis.

3. De otc-derivatencontracten die uit hoofde van lid 1 aan een clearingverplichting onderworpen zijn, worden gecleard in een CTP die overeenkomstig artikel 14 beschikt over een vergunning of overeenkomstig artikel 25 beschikt over een erkenning voor het clearen van de desbetreffende klasse van otc-derivaten en die is opgenomen in het register in overeenstemming met artikel 6, lid 2, onder b).

Hiertoe moet een tegenpartij clearinglid of cliënt worden, of dient zij indirecte clearingregelingen te treffen met een clearinglid, met dien verstande dat deze regelingen niet resulteren in een verhoging van het tegenpartijrisico en er garant voor staan dat de activa en posities van de tegenpartij voor beschermingsmaatregelen van gelijke werking in aanmerking komen als die waarnaar wordt verwezen in de artikelen 39 en 48.

4. Om een consistente toepassing van dit artikel te garanderen, stelt ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen op tot nadere bepaling van de contracten die worden geacht aanzienlijke en voorzienbare rechtstreekse gevolgen binnen de Unie te hebben of van de gevallen waarin het passend of noodzakelijk is te voorkomen dat bepalingen van deze verordening worden omzeild als bedoeld in lid 1, onder a), punt v), alsmede de soorten indirecte contractuele regelingen die voldoen aan de voorwaarden waarop wordt gedoeld in de tweede alinea van lid 3.

ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 september 2012 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen