Art. 1 Verordening (EU) nr. 360/2012, Toepassingsbereik en definities
1. Deze verordening is uitsluitend van toepassing op steun welke wordt verleend aan ondernemingen die een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, lid 2, van het Verdrag verrichten.
2. Deze verordening is niet van toepassing op:
a) steun verleend aan in de sectoren visserij en aquacultuur actieve ondernemingen voor zover die onder Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (11) vallen;
b) steun verleend aan in de primaire productie van landbouwproducten actieve ondernemingen;
c) steun verleend aan op het gebied van de verwerking en de afzet van landbouwproducten actieve ondernemingen, in de volgende gevallen:
i) wanneer het steunbedrag wordt vastgesteld op basis van de prijs of de hoeveelheid van dergelijke van primaire producenten afgenomen producten die door de betrokken ondernemingen op de markt worden gebracht,
ii) wanneer de steun afhankelijk wordt gesteld van de voorwaarde dat deze steun geheel of ten dele aan primaire producenten wordt doorgegeven;
d) steun voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of lidstaten, met name steun die direct aan de uitgevoerde hoeveelheden is gerelateerd, en steun voor de oprichting en exploitatie van een distributienet of andere lopende uitgaven in verband met werkzaamheden op het gebied van uitvoer;
e) steun die afhangt van het gebruik van binnenlandse in plaats van ingevoerde goederen;
f) steun verleend aan ondernemingen die actief zijn in de kolenindustrie in de zin van Besluit 2010/787/EU van de Raad (12);
g) steun verleend aan ondernemingen die voor rekening van derden goederenvervoer over de weg uitvoeren;
h) steun verleend aan ondernemingen in moeilijkheden.
Indien ondernemingen die actief zijn zowel in de in de punten a), b), c) of g), van de eerste alinea bedoelde sectoren als in andere sectoren die niet van het toepassingsbereik van de onderhavige verordening zijn uitgesloten, is deze verordening slechts van toepassing op steun ten behoeve van activiteiten in die andere sectoren of activiteiten, mits de lidstaten ervoor zorgen dat de activiteiten in de uitgesloten sectoren geen de-minimissteun genieten uit hoofde van deze verordening, zulks met passende middelen zoals een scheiding van activiteiten of een onderscheid in kosten.
3. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a) "landbouwproducten": de in Bijlage I bij het Verdrag vermelde producten, met uitzondering van visserijproducten;
b) "de verwerking van landbouwproducten": een bewerking van een landbouwproduct die een product oplevert dat nog steeds een landbouwproduct is, met uitzondering van activiteiten op landbouwbedrijven die nodig zijn om een plantaardig of dierlijk product voor de eerste verkoop voor te bereiden;
c) "afzet van landbouwproducten": het in voorraad hebben of uitstellen met het oog op verkoop, te koop aanbieden, leveren of op enige andere wijze verhandelen, met uitzondering van de eerste verkoop door een primaire producent aan wederverkopers of verwerkingsbedrijven en alle activiteiten waarmee een product voor een dergelijke eerste verkoop wordt voorbereid. Verkoop door een primaire producent aan eindgebruikers geldt als afzet indien deze plaatsvindt in speciaal daartoe voorziene afzonderlijke lokalen.