Art. 16 Verordening (EU) nr. 260/2012, Overgangsbepalingen
1. In afwijking van artikel 6, leden 1 en 2, kunnen de lidstaten betalingsdienstaanbieders toestaan om tot 1 februari 2016 betalingsdienstgebruikers omzettingsdiensten aan te bieden voor binnenlandse betalingstransacties, zodat betalingsdiensgebruikers die consument zijn het BBAN kunnen blijven gebruiken in plaats van de in punt 1, onder a), van de bijlage gespecificeerde identificator van de betaalrekening, mits de interoperabiliteit is gewaarborgd door technische en veilige omzetting van het BBAN van de betaler en de begunstigde in de respectieve identificatoren van de betaalrekeningen zoals gespecificeerd in punt 1, onder a), van de bijlage. Die identificator van de betaalrekening wordt doorgegeven aan de initiërende betalingsdienstgebruiker, waar nodig voordat de betaling wordt uitgevoerd. In een dergelijk geval brengen betalingsdienstaanbieders de betalingsdienstgebruiker geen aanvullende kosten of andere vergoedingen in rekening die direct of indirect verband houden met deze omzettingsdiensten.
2. Betalingsdienstaanbieders die in euro luidende betalingsdiensten aanbieden en zich in een lidstaat bevinden die de euro niet als munteenheid heeft, voldoen bij de aanbieding van in euro luidende betalingsdiensten uiterlijk op 31 oktober 2016 aan artikel 3. Indien echter vóór 31 oktober 2015 de euro als munteenheid van een van deze lidstaten wordt ingevoerd, voldoet de betalingsdienstaanbieder die zich in die lidstaat bevindt binnen een jaar na de datum waarop de betreffende lidstaat tot het eurogebied is toegetreden, aan artikel 3.
3. Tot 1 februari 2016 mogen de lidstaten hun bevoegde autoriteiten toestaan ontheffing te verlenen van alle of sommige in artikel 6, leden 1 en 2, vastgestelde vereisten voor die overmakings- of automatischeafschrijvingstransacties die een samengevoegd marktaandeel hebben, op basis van de officiële betalingsstatistieken die jaarlijks door de ECB worden gepubliceerd, van minder dan 10 % van het respectieve totale aantal overmakings- of automatischeafschrijvingstransacties in die lidstaat.
4. Tot 1 februari 2016 mogen de lidstaten hun bevoegde autoriteiten toestaan ontheffing te verlenen van alle of sommige in artikel 6, leden 1 en 2, vastgestelde vereisten voor betalingstransacties die bij het verkooppunt worden gegenereerd met een betaalkaart en die resulteren in een automatische afschrijving naar en vanaf een met een BBAN of IBAN geïdentificeerde betaalrekening.
5. In afwijking van artikel 6, leden 1 en 2, is het lidstaten tot 1 februari 2016 toegestaan om hun bevoegde autoriteiten toe te staan ontheffing te verlenen van de specifieke eis om gebruik te maken van de berichtenformaten omschreven in punt 1, onder b), van de bijlage en artikel 5, lid 1, onder d), voor betalingsdienstgebruikers die afzonderlijke overmakingen of automatische afschrijvingen initiëren of ontvangen die zijn gebundeld voor verzending. Niettegenstaande een mogelijke ontheffing voldoen betalingsdienstaanbieders altijd aan de vereisten van artikel 5, lid 1, onder d), indien een betalingsdienstgebruiker om een dergelijke dienst verzoekt.
6. In afwijking van artikel 6, leden 1 en 2, kunnen lidstaten de vereisten met betrekking tot de vermelding van de BIC voor de in artikel 5, leden 4, 5 en 7, bedoelde binnenlandse betalingstransacties uitstellen tot 1 februari 2016.
7. Indien een lidstaat voornemens is een afwijking toe te passen als bedoeld in de leden 1, 3, 4, 5 en 6, stelt die lidstaat de Commissie hiervan uiterlijk 1 februari 2013 op de hoogte, en geeft vervolgens zijn bevoegde autoriteit toestemming om in voorkomend geval ontheffing te verlenen voor een aantal of alle vereisten, voor zover relevant, als vastgelegd in artikel 5, artikel 6, lid 1 of lid 2, en de bijlage, voor de desbetreffende betalingstransacties als genoemd in de respectievelijke leden of alinea’s en voor een termijn die niet langer is dan de duur van de afwijking. De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte van de betalingstransacties waarvoor de afwijking geldt, alsmede van enige daaropvolgende wijziging.
8. Betalingsdienstaanbieders die zich bevinden in, en betalingsdienstgebruikers die gebruikmaken van een betalingsdienst in, een lidstaat die de euro niet als munteenheid heeft, voldoen uiterlijk op 31 oktober 2016 aan de vereisten van de artikelen 4 en 5. Exploitanten van retailbetalingssystemen voor een lidstaat welke de euro niet als munteenheid heeft, voldoen uiterlijk op 31 oktober 2016 aan de vereisten van artikel 4, lid 2.
Indien echter vóór 31 oktober 2015 de euro als munteenheid van een dergelijke lidstaat wordt geïntroduceerd, voldoen de betalingsdienstaanbieders, of in voorkomend geval de relevante exploitanten van retailbetalingssystemen, die zich in die lidstaat bevinden, en betalingsdienstgebruikers die gebruikmaken van een betalingsdienst in die lidstaat binnen een jaar na de datum waarop de betreffende lidstaat tot het eurogebied is toegetreden, aan de respectievelijke vereisten, maar niet eerder dan de respectievelijke data vastgesteld voor de lidstaten die de euro als munteenheid hebben op 31 maart 2012.