Art. 33 Verordening (EU) nr. 236/2012, Bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten

Verordening (EU) nr. 236/2012

1. Om hun taken uit hoofde van deze verordening te vervullen, beschikken de bevoegde autoriteiten over alle toezichts- en onderzoeksbevoegdheden die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. Zij kunnen hun bevoegdheden op elk van de volgende wijzen uitoefenen:

a) rechtstreeks;

b) in samenwerking met andere autoriteiten;

c) middels een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.

2. Om hun taken krachtens deze verordening te vervullen, beschikken de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met het nationale recht over de bevoegdheid om:

a) toegang te verkrijgen tot ieder document, in enigerlei vorm, en kunnen daarvan een afschrift ontvangen of maken;

b) inlichtingen te verlangen van iedere natuurlijke of rechtspersoon en zo nodig een natuurlijke of rechtspersoon oproepen en ondervragen om inlichtingen te verkrijgen;

c) aangekondigde en onaangekondigde inspecties ter plaatse te verrichten;

d) bestaande overzichten van telefoon- en dataverkeer op te vragen;

e) te verzoeken dat elke praktijk die in strijd is met deze verordening wordt beëindigd;

f) bevriezing van en/of beslaglegging op activa te verzoeken.

3. De bevoegde autoriteiten hebben, onverminderd lid 2, onder a) en b), in individuele gevallen de bevoegdheid van een natuurlijke of rechtspersoon die een kredietverzuimswaptransactie aangaat, te verlangen om het volgende te verstrekken:

a) een toelichting van het doel van de transactie, en meer bepaald of het oogmerk risicoafdekking, dan wel een ander oogmerk is, en

b) de gegevens ter staving van het onderliggende risico indien de transactie op risicoafdekking gericht is.

Vorige artikelen

Volgende artikelen