Art. 23 Richtlijn 2012/34/EU, Ruimtelijke en tijdelijke geldigheid

Richtlijn 2012/34/EU

1. Een vergunning geldt voor het gehele grondgebied van de Unie.

2. Een vergunning blijft geldig zolang de spoorwegonderneming aan de in dit hoofdstuk vervatte verplichtingen voldoet. Een vergunningverlenende autoriteit kan evenwel bepalen dat de vergunning regelmatig aan een nieuw onderzoek wordt onderworpen. Indien dat het geval is, wordt het onderzoek tenminste elke vijf jaar uitgevoerd.

3. Bijzondere bepalingen betreffende het schorsen of intrekken van de vergunning kunnen in de vergunning zelf worden opgenomen.