Art. 9 Richtlijn 2012/30/EU

Richtlijn 2012/30/EU

Indien bij de oprichting van de vennootschap of op het tijdstip waarop de vennootschap toestemming krijgt om haar werkzaamheden aan te vangen, aandelen worden uitgegeven tegen inbreng, moet ten minste 25 % van de nominale waarde of, bij gebreke van een nominale waarde, van de fractiewaarde worden gestort.

Indien bij de oprichting van de vennootschap of op het tijdstip waarop zij toestemming krijgt om haar werkzaamheden aan te vangen, aandelen worden uitgegeven tegen inbreng anders dan in geld, moet deze inbreng evenwel binnen vijf jaar na de oprichting of het verkrijgen van de toestemming worden volgestort.

Vorige artikelen

Volgende artikelen