Art. 22 Richtlijn 2012/30/EU
1. De lidstaten kunnen besluiten artikel 21 niet toe te passen:
a) op aandelen die worden verkregen ter uitvoering van een besluit tot kapitaalvermindering of in het geval bedoeld in artikel 43;
b) op aandelen die op de vennootschap overgaan onder algemene titel;
c) op volgestorte aandelen die om niet worden verkregen of door banken en andere financiële instellingen worden verkregen als een provisie bij aankoop;
d) op aandelen die worden verkregen krachtens een wettelijke verplichting of een rechterlijke beslissing ter bescherming van de aandeelhouders met een minderheidsdeelneming, in het bijzonder bij fusies, wijziging van het doel of de rechtsvorm van de vennootschap, bij zetelverplaatsing naar het buitenland of bij invoering van beperkingen van de overdraagbaarheid van aandelen;
e) op aandelen die worden verkregen van een aandeelhouder omdat ze niet zijn volgestort;
f) op aandelen die worden verkregen teneinde aandeelhouders met minderheidsdeelneming in verbonden vennootschappen schadeloos te stellen;
g) op volgestorte aandelen die worden verkregen bij een gerechtelijke verkoop die plaatsvindt ter voldoening van een schuld van de eigenaar van die aandelen aan de vennootschap, en
h) op volgestorte door een beleggingsmaatschappij met vast kapitaal in de zin van artikel 17, lid 7, tweede alinea, uitgegeven aandelen die op verzoek van de beleggers zijn verkregen door deze beleggingsmaatschappij of een met haar verbonden vennootschap. Artikel 17, lid 7, derde alinea, onder a), is van toepassing. Die verkrijgingen mogen niet tot gevolg hebben dat het nettoactief daalt beneden het bedrag van het geplaatste kapitaal, vermeerderd met de reserves die volgens de wet niet mogen worden uitgekeerd.
2. Aandelen die zijn verkregen in de in lid 1, onder b) tot en met g), bedoelde gevallen moeten echter binnen een termijn van ten hoogste drie jaar na verkrijging worden vervreemd, tenzij de nominale waarde of, bij gebreke hiervan, de fractiewaarde van de verkregen eigen aandelen, met inbegrip van de aandelen die de vennootschap kan hebben verkregen door een persoon die in eigen naam, maar voor rekening van de vennootschap handelt, niet meer dan 10 % van het geplaatste kapitaal bedraagt.
3. Indien de aandelen niet binnen de in lid 2 gestelde termijn worden vervreemd, moeten zij worden ingetrokken. De wetgeving van een lidstaat kan die intrekking afhankelijk stellen van een vermindering van het geplaatste kapitaal met een overeenkomstig bedrag. Zulk een kapitaalvermindering moet worden voorgeschreven voor zover de verkrijgingen van in te trekken aandelen tot gevolg hebben gehad dat het nettoactief beneden het in artikel 17, leden 1 en 2, vermelde bedrag is gedaald.