Art. 9, Coördinerende autoriteiten en controle-instanties

1. Elke lidstaat gaat over tot het aanwijzen van:

a) één enkele bevoegde autoriteit, hierna „de coördinerende autoriteit” genoemd, die verantwoordelijk is voor de coördinatie en de contacten met betrekking tot het bepaalde in dit hoofdstuk, en

b) één of meer controle-instanties, hierna „de controle-instanties” genoemd, die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van het bepaalde in dit hoofdstuk.

De in de eerste alinea bedoelde coördinerende autoriteiten en controle-instanties kunnen openbaar of particulier zijn. In beide gevallen zijn de lidstaten evenwel verantwoordelijk voor deze autoriteiten en instanties.

2. De lidstaten melden aan de Commissie:

a) de naam, het postadres en het e-mailadres van de op grond van lid 1, eerste alinea, onder a), aangewezen coördinerende autoriteiten;

b) de naam, het postadres en het e-mailadres van de op grond van lid 1, eerste alinea, onder b), aangewezen controle-instanties, en

c) de precieze omschrijving van de bevoegdheden van de door hen aangewezen controle-instanties.

3. De coördinerende autoriteit kan tevens de controle-instantie of één van de controle-instanties of een andere, op grond van lid 1 aangewezen instantie zijn.

4. De Commissie maakt de lijst van de door de lidstaten aangewezen coördinerende autoriteiten bekend op een door haar geschikt geachte wijze.

Uitspraken die dit artikel aanhalen