Art. 19 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Definities

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011

1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

a) „producent”: een landbouwer als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007;

b) „aangesloten producent”: een producent of een coöperatie van producenten die is aangesloten bij een producentenorganisatie of een unie van producentenorganisaties;

c) „dochteronderneming”: een onderneming waarin één of meer producentenorganisaties of unies daarvan een participatie hebben, en die bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de producentenorganisatie of de unie van producentenorganisaties;

d) „transnationale producentenorganisatie”: elke organisatie waarvan ten minste één aangesloten producentenbedrijf in een andere lidstaat ligt dan die waar de hoofdzetel van de organisatie is gevestigd;

e) „transnationale unie van producentenorganisaties”: elke unie van producentenorganisaties waarvan tenminste één van de aangesloten organisaties haar hoofdzetel in een andere lidstaat heeft dan die waar de hoofdzetel van de unie is gevestigd;

f) „convergentiedoelstelling”: de doelstelling van de actie ten behoeve van de minst ontwikkelde lidstaten en gebieden overeenkomstig de EU-wetgeving inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds voor het tijdvak 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013;

g) „maatregel”: één van de volgende:

i) op productieplanning gerichte acties, inclusief de verwerving van vaste activa;

ii) op verbetering of handhaving van de productkwaliteit gerichte acties, inclusief de verwerving van vaste activa;

iii) op afzetverbetering gerichte acties, inclusief de verwerving van vaste activa, alsook afzetbevorderings- en communicatieactiviteiten, andere dan onder vi) vallende afzetbevorderings- en communicatieactiviteiten;

iv) onderzoek en experimentele productie, inclusief de verwerving van vaste activa;

v) opleidingsacties, andere dan die onder vi), en acties ter bevordering van de toegang tot adviesdiensten;

vi) één van de zes in artikel 103 quater, lid 2, eerste alinea, onder a) tot en met f), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde acties voor crisispreventie en crisisbeheer;

vii) milieuacties als bedoeld in artikel 103 quater, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007, inclusief de verwerving van vaste activa;

viii) andere acties, inclusief de verwerving van vaste activa, met uitzondering van de onder i) tot en met iv), en vii) vallende acties, die voldoen aan één of meer doelen als opgenomen in artikel 103 quater, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007;

(h) „actie”: een specifieke activiteit of een specifiek instrument ter verwezenlijking van een bepaald operationeel doel als bijdrage tot één of meer van de in artikel 103 quater, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vermelde doelen;

i) „bijproduct”: een product dat resulteert uit de bereiding van een groente- of fruitproduct en dat een positieve economische waarde heeft, doch niet het belangrijkste beoogde resultaat van de bereiding is;

j) „voorbereiding”: voorbereidende activiteiten zoals schoonmaken, snijden, schillen, bijsnijden en drogen van groenten en fruit, zonder er verwerkte groenten en fruit van te maken;

k) „maatregelen van samenwerkende branches in een bedrijfskolom” als bedoeld in artikel 103 quinquies, lid 3, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007: één of meer in artikel 123, lid 3, onder c), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 genoemde activiteiten, die zijn goedgekeurd door de lidstaat en gezamenlijk worden beheerd door een producentenorganisatie of een unie van producentenorganisaties en ten minste één andere marktdeelnemer in de voedselverwerkings- en/of distributieketen;

l) „uitgangssituatie-indicator”: een indicator die de toestand of tendens aan het begin van een programmeringsperiode aangeeft en informatie kan geven die van nut is:

i) bij de analyse van de uitgangssituatie, met het oog op de vaststelling van een nationale strategie voor duurzame operationele programma's, of van een operationeel programma;

ii) als referentie waaraan de resultaten en de impact van een nationale strategie of een operationeel programma kunnen worden getoetst, en/of

iii) bij de interpretatie van de resultaten en de impact van een nationale strategie of een operationeel programma.

2. De lidstaten omschrijven in het licht van hun nationale juridische en administratieve structuren de rechtspersonen die op hun grondgebied moeten voldoen aan artikel 125 ter van Verordening (EG) nr. 1234/2007. Zij mogen aanvullende eisen voor de erkenning van producentenorganisaties vaststellen en nemen, in voorkomend geval, voor de toepassing van artikel 125 ter van Verordening (EG) nr. 1234/2007 ook bepalingen aan betreffende duidelijk omschreven onderdelen van rechtspersonen.