Art. 57 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Steekproefmethode

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011

1. De in artikel 56 bedoelde steekproefplannen worden overeenkomstig bijlage XVI opgesteld.

2. De omvang van de te inspecteren steekproef wordt als volgt op basis van het risiconiveau bepaald:

a) „zeer klein” risico: 3 % van de steekproef;

b) „klein” risico: 5 % van de steekproef;

c) „middelmatig” risico: 10 % van de steekproef;

d) „groot” risico: 15 % van de steekproef;

e) zeer groot risico: 20 % van de steekproef.

3. De dagelijkse vangst van een bepaald bestand door een vlootsegment wordt geraamd door het totale aantal actieve EU-vissersvaartuigen van het betrokken vlootsegment te vermenigvuldigen met de gemiddelde vangst van dat bestand die dagelijks per EU-vissersvaartuig wordt bovengehaald en die wordt berekend aan de hand van de vangsten van de in het kader van de de steekproef geïnspecteerde EU-vissersvaartuigen.

4. Lidstaten die ten minste eens per maand systematisch voor elk van de onder hun vlag varende vissersvaartuigen waarop geen vereisten inzake het visserijlogboek en de aangiften van aanlanding van toepassing zijn, gegevens verzamelen over

a) alle aanlandingen van vangsten van alle soorten, uitgedrukt in kg, ook indien de vangst nul bedraagt;

b) de statistische vakken waarin deze vangsten zijn gedaan, worden beschouwd als hebbende voldaan aan de verplichting een in artikel 56 bedoeld steekproefplan op te stellen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen