Art. 32 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Termijnen voor het overleggen van papieren visserijlogboeken en papieren aangiften van overlading/aanlanding

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011

1. Indien een EU-vissersvaartuig in een haven van zijn vlaggenlidstaat een aanlanding heeft verricht of hetzij in een haven, hetzij op een plaats dicht bij de kust van zijn vlaggenlidstaat een overlading heeft verricht, moet de kapitein van dat vissersvaartuig het origineel van het visserijlogboek en van de aangifte van overlading/aanlanding zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de overlading/aanlanding, overleggen aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat. Het origineel van dergelijke aangiften van overlading/aanlanding mag ook worden overgelegd door de vertegenwoordiger van de kapitein, die dan namens de kapitein handelt.

2. Wanneer na een visreis geen vangst wordt aangeland, moet de kapitein het origineel van het visserijlogboek en van de aangifte van overlading zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de aankomst in de haven, overleggen. Het origineel van dergelijke aangiften van overlading mag ook worden overgelegd door de vertegenwoordiger van de kapitein, die dan namens de kapitein handelt.

3. EU-vissersvaartuigen die in een andere lidstaat dan hun vlaggenlidstaat hetzij in een haven, hetzij op een plaats dicht bij de kust een overlading hebben verricht of in een haven een aanlanding hebben verricht, leggen de eerste kopie van het visserijlogboek en van de aangifte van overlading/aanlanding zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de overlading/aanlanding, over aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de overlading/aanlanding plaatsvindt. Het origineel van het visserijlogboek en van de aangifte van overlading/aanlanding wordt zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de overlading/aanlanding, verstuurd naar de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat.

4. EU-vissersvaartuigen die in een haven of in de wateren van een derde land of op volle zee een overlading hebben verricht of in een haven van een derde land een aanlanding hebben verricht, versturen het origineel van het visserijlogboek en van de aangifte van overlading/aanlanding zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de overlading/aanlanding, naar de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat.

5. Wanneer een derde land of een regionale organisatie voor visserijbeheer een ander type visserijlogboek of aangifte van overlading/aanlanding voorschrijft dan is opgenomen in bijlage VI, moet de kapitein van het EU-vissersvaartuig zo snel mogelijk, en in elk geval niet later dan 48 uur na de overlading/aanlanding, een kopie van het betrokken document overleggen aan zijn bevoegde autoriteiten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen