Art. 19 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Kenmerken van de satellietvolgapparatuur
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011
1. De satellietvolgapparatuur die is geïnstalleerd aan boord van EU-vissersvaartuigen, moet ervoor zorgen dat geregeld en automatisch de volgende gegevens aan het VCC van de vlaggenlidstaat worden doorgegeven:
a) de identificatiegegevens van het vissersvaartuig;
b) de meest recente geografische positie van het vissersvaartuig, met een foutenmarge van minder dan 500 m en een betrouwbaarheidsinterval van 99 %;
c) de datum en het tijdstip (uitgedrukt in gecoördineerde universele tijd „UTC”) waarop de positie van het vissersvaartuig is bepaald, en
d) de actuele snelheid en de koers van het vissersvaartuig.
2. De lidstaten zorgen ervoor dat de satellietvolgapparatuur wordt voorzien van een bescherming tegen de registratie en doorgifte van foute posities, en dat de gegevens niet manueel kunnen worden veranderd.