Art. 122 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Bevoegdheden en taken van de EU-inspecteurs
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011
1. De EU-inspecteurs dienen hun taken te vervullen overeenkomstig de wetgeving van de Europese Unie en, voor zover van toepassing, de wetgeving van de lidstaat waar de inspectie plaatsvindt, of, wanneer de inspectie plaatsvindt buiten de EU-wateren, overeenkomstig de wetgeving van de vlaggenlidstaat van het geïnspecteerde vissersvaartuig en de desbetreffende internationale voorschriften.
2. De EU-inspecteurs moeten een dienstkaart kunnen tonen waarin hun identiteit en functie worden vermeld. Hiertoe krijgen zij een door de Commissie of het Europees Bureau voor visserijcontrole afgegeven identificatiedocument waarin hun identiteit en hun functie worden vermeld.
3. De lidstaten faciliteren het werk van de EU-inspecteurs en verlenen hun de hulp die zij voor de uitvoering van hun taken nodig hebben.
4. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten mogen aan EU-inspecteurs toestemming geven om nationale inspecteurs bij de uitvoering van hun taken te helpen.
5. De artikelen 113 en 114 zijn van overeenkomstige toepassing.