Art. 114 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Verplichtingen van de kapitein tijdens de inspectie
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011
1. De kapitein van een vissersvaartuig dat wordt geïnspecteerd, of diens vertegenwoordiger, moet:
a) het veilig en efficiënt aan boord gaan van de functionarissen overeenkomstig de voorschriften van goed zeemanschap mogelijk maken wanneer het desbetreffende sein uit het internationale seinboek wordt gegeven of wanneer een vaartuig of een helikopter met een functionaris aan boord via radiocommunicatie te kennen geeft dat deze functionaris aan boord van het vissersvaartuig wil komen;
b) zorgen voor een met de eisen van bijlage XXIX overeenstemmende loodsladder wanneer het vissersvaartuig slechts na een klim van 1,5 m of meer veilig en gemakkelijk te betreden is;
c) het inspectiewerk van de functionarissen faciliteren door, binnen de grenzen van de redelijkheid, de gevraagde bijstand te verlenen;
d) de functionarissen toestaan met de autoriteiten van de vlaggenstaat, van de kuststaat en van de inspecterende staat te communiceren;
e) de functionarissen wijzen op specifieke veiligheidsrisico's aan boord van het vissersvaartuig;
f) de functionarissen toegang verschaffen tot alle delen van het vaartuig, alle al dan niet verwerkte vangsten, al het vistuig en alle relevante informatie en documenten;
g) het veilig van boord gaan van de functionarissen na de inspectie faciliteren.
2. De kapitein is er niet toe verplicht via open radiokanalen commercieel gevoelige informatie bekend te maken.