Art. 106 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, Inspecties in de haven

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011

1. Tijdens de inspectie verifiëren en noteren de functionarissen alle relevante elementen die zijn omschreven in de betrokken inspectiemodule van het in bijlage XXVII opgenomen inspectieverslag. De functionarissen besteden de nodige aandacht aan eventuele specifieke voorschriften die van toepassing zijn op het te inspecteren vissersvaartuig, met name ter zake relevante bepalingen in de meerjarenplannen.

2. Functionarissen die een aanlanding inspecteren, houden toezicht op het hele aanlandingsproces. De naar soort opgesplitste hoeveelheden die zijn geregistreerd in de voorafgaande kennisgeving van aankomst met het oog op aanlanding van visserijproducten, de naar soort opgesplitste hoeveelheden die in het visserijlogboek zijn geregistreerd en de naar soort opgesplitste hoeveelheden die worden aangeland of overgeladen, afhankelijk van het geval, worden met elkaar vergeleken in het kader van een kruiscontrole. Deze bepaling belet niet dat ná het begin van de aanlanding inspecties kunnen worden uitgevoerd.

3. De lidstaten zorgen voor een doeltreffende inspectie en controle van de ruimten die voor de visserijactiviteiten en voor de latere verwerking van de visserijproducten worden gebruikt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen