Art. 2 Verordening (EU) nr. 327/2011, Definities

Verordening (EU) nr. 327/2011

Naast de in Richtlijn 2009/125/EG gegeven definities, wordt in deze verordening verstaan onder:

1. „ventilator”: een machine met draaiende bladen die wordt gebruikt om een continue stroom van gas, meestal lucht, in stand te houden die door de machine gaat, met een arbeid per eenheid massa van niet meer dan 25 kJ/kg en die:

— is ontworpen om te worden gebruikt of uitgerust met een elektromotor met een ingangsvermogen tussen 125 W en 500 kW (≥ 125 W en ≤ 500 kW) voor de aandrijving van de waaier op het optimale energie-efficiëntiepunt;

— een axiale ventilator, een centrifugale ventilator, een kruisstroomventilator of een ventilator met gemengde stroom;

— al dan niet uitgerust met een motor in de handel wordt gebracht of in bedrijf wordt genomen;

2. „waaier”: het deel van de ventilator dat energie aan de gasstroom afstaat; wordt ook ventilatorwiel genoemd;

3. „axiale ventilator”: een ventilator die het gas stuwt in de asrichting van de draaias van een of meer waaiers, met een tangentiële wervelbeweging die door de draaiende waaier(s) wordt veroorzaakt. De axiale ventilator kan al dan niet uitgerust zijn met een cilindrische behuizing, richtvinnen aan de inlaat of de uitlaat, of een paneel of ring met opening;

4. „richtvinnen aan de inlaat”: vóór de rotor geplaatste vinnen die de gasstroom naar de waaier leiden; ze kunnen al dan niet verstelbaar zijn;

5. „richtvinnen aan de uitlaat”: achter de waaier geplaatste vinnen die de gasstroom weg leiden van de waaier; ze kunnen al dan niet verstelbaar zijn;

6. „paneel met opening”: een paneel met een opening waarin de ventilator gemonteerd is en waarmee men hem aan andere structuren kan bevestigen;

7. „ring met opening”: een ring met een opening waarin de ventilator gemonteerd is en waarmee men hem aan andere structuren kan bevestigen;

8. „centrifugale ventilator”: een ventilator waarin het gas de waaier(s) in een voornamelijk axiale richting bereikt en in een richting haaks op de as verlaat. De waaier kan een of twee inlaten hebben en wel of niet in een behuizing gemonteerd zijn;

9. „centrifugale ventilator met radiale schoepen”: een centrifugale ventilator waarvan de uitgaande richting van de schoepen van de waaier(s) aan de omtrek radiaal is tegenover de draairichting;

10. „centrifugale ventilator met voorwaarts gebogen schoepen”: een centrifugale ventilator waarvan de uitgaande richting van de schoepen van de waaier(s) aan de omtrek voorwaarts is tegenover de draairichting;

11. „centrifugale ventilator met achterwaarts gebogen schoepen zonder behuizing”: een centrifugale ventilator waarvan de uitgaande richting van de schoepen van de waaier(s) aan de omtrek achterwaarts is tegenover de draairichting en die geen behuizing heeft;

12. „behuizing”: een kast rond de waaier die de gasstroom naar, door en weg van de waaier leidt;

13. „centrifugale ventilator met achterwaarts gebogen schoepen met behuizing”: een centrifugale ventilator waarvan de uitgaande richting van de schoepen van de waaier(s) aan de omtrek achterwaarts is tegenover de draairichting en die een behuizing heeft;

14. „kruisstroomventilator”: een ventilator waarin het pad van het gas door de waaier een richting volgt die voornamelijk haaks staat op zijn as, zowel wanneer ze de waaier bereikt als wanneer ze hem langs de omtrek verlaat;

15. „ventilator met gemengde stroom”: een ventilator waarin het pad van het gas door de waaier het midden houdt tussen het pad van centrifugale en axiale ventilatoren;

16. „korte bedrijfscyclus”: het bedrijf van een motor met constante belasting, niet lang genoeg om een temperatuurevenwicht te bereiken;

17. „verluchtingsventilator”: een ventilator die niet wordt gebruikt in de volgende energiegerelateerde producten:

— droogmachines en was-droogcombinaties > 3 kW maximaal elektrisch ingangsvermogen;

— eenheden binnenshuis van huishoudelijke airconditioningproducten en huishoudelijke airconditioningsystemen binnenshuis, met ≤ 12 kW maximaal airco-uitgangsvermogen;

— informatietechnologieproducten;

18. „specifieke verhouding”: de isentrope druk gemeten bij de ventilatoruitlaat, gedeeld door de isentrope druk bij de ventilatorinlaat, op het optimale energie-efficiëntiepunt van de ventilator.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen