Art. 34 Verordening (EU) nr. 305/2011, Beheer en toezicht
1. De door de begrotingsautoriteit vastgestelde kredieten voor de financiering van de in artikel 31, lid 4, bedoelde taken kunnen ook worden gebruikt ter dekking van de administratieve uitgaven voor voorbereiding, toezicht, inspectie, accountantscontrole en evaluatie, die rechtstreeks noodzakelijk zijn ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening; dat geldt met name voor de uitgaven voor studies, vergaderingen, voorlichtings- en bekendmakingsacties, uitgaven in verband met computernetwerken voor informatie-uitwisseling, alsmede alle andere uitgaven voor administratieve en technische bijstand waarvan de Commissie gebruik kan maken voor activiteiten op het gebied van ontwikkeling en vaststelling van Europese beoordelingsdocumenten en het gebruik van Europese technische beoordelingen.
2. De Commissie beoordeelt de relevantie van de in artikel 31, lid 4, bedoelde taken die een uniale financiering genieten, in het licht van de behoeften van het beleid en de wetgeving van de Unie, en stelt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 1 januari 2017 en daarna elke vier jaar van de resultaten van deze beoordeling in kennis.