Art. 58 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011
Wanneer een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van de bijzondere regeling voor langs elektronische weg verrichte diensten van de artikelen 357 tot en met 369 van Richtlijn 2006/112/EG, in de loop van een kalenderkwartaal aan ten minste één van de in artikel 363 van die richtlijn vastgestelde verwijderingscriteria voldoet, sluit de lidstaat van identificatie deze niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uit van de bijzondere regeling. In dergelijke gevallen kan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige op elk tijdstip gedurende dat kwartaal van de bijzondere regeling worden uitgesloten.
Ter zake van de langs elektronische weg verrichte diensten die verricht zijn vóór de verwijdering maar tijdens het kalenderkwartaal waarin de verwijdering geschiedde, dient de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige over het totale kwartaal een btw-aangifte in overeenkomstig artikel 364 van Richtlijn 2006/112/EG. De verplichting tot het indienen van deze aangifte laat de eventuele verplichting tot identificatie voor btw-doeleinden in een lidstaat volgens de gebruikelijke bepalingen onverlet.