Art. 4 Verordening (EU) nr. 65/2011, Algemene controlebeginselen
1. De lidstaten zetten een controlesysteem op dat ervoor zorgt dat alle controles worden uitgevoerd die nodig zijn om de naleving van de voorwaarden voor de steunverlening doeltreffend te verifiëren.
2. Onverminderd de specifieke bepalingen van deze verordening zorgen de lidstaten ervoor dat voor alle in nationale of EU-wetgeving of in de programma’s voor plattelandsontwikkeling vastgestelde subsidiabiliteitscriteria aan de hand van een stel door de lidstaten vast te stellen verifieerbare indicatoren kan worden gecontroleerd of aan die criteria is voldaan.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat op alle steunaanvragen, betalingsaanvragen en andere verklaringen die door een bepaalde begunstigde worden ingediend, één enkel identificatiesysteem wordt toegepast. De identificatie moet in overeenstemming zijn met het in artikel 15, lid 1, onder f), van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde systeem voor de registratie van de identiteit.
4. Waar dat passend is, worden de in de artikelen 12, 20 en 25 van deze verordening bedoelde controles ter plaatse en andere controles waarin EU-voorschriften betreffende landbouwsubsidies voorzien, tegelijkertijd uitgevoerd.
5. De resultaten van de controles in het kader van de artikelen 11, 12, 24 en 25 worden beoordeeld om na te gaan of problemen die aan het licht zijn gekomen in het algemeen ook voor andere, vergelijkbare concrete acties en begunstigden of voor andere instanties een risico kunnen meebrengen. De beoordeling moet tevens duidelijkheid verschaffen over de oorzaken van dergelijke situaties, over eventueel vereist nader onderzoek en over de noodzakelijke corrigerende en preventieve maatregelen.
6. Steunaanvragen, betalingsaanvragen en andere verklaringen worden afgewezen indien begunstigden of hun vertegenwoordigers controles verhinderen. Eventueel reeds voor de concrete actie in kwestie betaalde bedragen worden dan teruggevorderd, waarbij rekening wordt gehouden met de criteria van artikel 18, lid 2, van deze verordening.
7. Onverminderd het bepaalde in artikel 20, lid 4, van deze verordening en mits het doel van een controle niet in gevaar komt, mogen controles ter plaatse worden aangekondigd. De periode tussen aankondiging en controle wordt strikt beperkt tot het noodzakelijke minimum en bedraagt niet meer dan 14 dagen. Voor controles ter plaatse met betrekking tot diergebonden maatregelen bedraagt de periode tussen aankondiging en controle evenwel, behalve in deugdelijk gemotiveerde gevallen, niet meer dan 48 uur.
8. Onverminderd specifieke bepalingen worden geen betalingen gedaan aan begunstigden van wie vaststaat dat zij de voorwaarden voor die betalingen kunstmatig hebben geschapen om een voordeel te verkrijgen dat indruist tegen de doelstellingen van de steunregeling.
9. De verlagingen en uitsluitingen waarin deze verordening voorziet, laten verdere sancties op grond van andere bepalingen van nationaal of EU-recht onverlet.