Art. 13 Verordening (EU) nr. 10/2011, Meerlaagse materialen en voorwerpen van kunststof

Verordening (EU) nr. 10/2011

1. Bij meerlaagse materialen en voorwerpen van kunststof moet de samenstelling van elke laag van kunststof in overeenstemming met deze verordening zijn.

2. In afwijking van lid 1 geldt voor lagen van kunststof die niet rechtstreeks met levensmiddelen in contact komen en daarvan door een functionele sperlaag gescheiden zijn het volgende:

a) zij hoeven niet te voldoen aan de beperkingen en specificaties in deze verordening, behalve wat betreft vinylchloride-monomeer zoals bepaald in bijlage I, en/of

b) zij mogen worden vervaardigd met stoffen die niet in de EU-lijst of de voorlopige lijst zijn opgenomen.

3. De migratie van de in lid 2, onder b), bedoelde stoffen naar levensmiddelen of levensmiddelsimulanten mag niet met statistische zekerheid aantoonbaar zijn met een analysemethode overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 882/2004 die een aantoonbaarheidsgrens van 0,01 mg/kg heeft. Die grenswaarde wordt altijd uitgedrukt als concentratie in levensmiddelen of levensmiddelsimulanten. De grenswaarde geldt voor een groep verbindingen indien die structureel en toxicologisch verwant zijn, met name isomeren of verbindingen met dezelfde relevante functionele groep, en omvat in voorkomend geval de overdracht door afgeven.

4. Stoffen die niet in de EU-lijst of de voorlopige lijst zijn opgenomen, zoals bedoeld in lid 2, onder b), mogen niet tot de volgende categorieën behoren:

a) stoffen die zijn ingedeeld als „mutageen”, „kankerverwekkend” of „giftig voor de voortplanting” overeenkomstig de criteria van de punten 3.5, 3.6 en 3.7 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (17);

b) stoffen in nanovorm.

5. Het afgewerkte meerlaagse materiaal of voorwerp van kunststof moet voldoen aan de specifieke migratielimieten als bedoeld in artikel 11 en de totale migratielimiet als bedoeld in artikel 12 van deze verordening.