Art. 4 Richtlijn 2011/82/EU, Procedure voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten

Richtlijn 2011/82/EU

1. Voor onderzoek naar verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen als bedoeld in artikel 2, verlenen de lidstaten de nationale contactpunten van andere lidstaten als bedoeld in lid 3 van dit artikel toegang tot de volgende nationale gegevens uit kentekenregisters, met de bevoegdheid geautomatiseerde bevragingen uit te voeren:

a) gegevens met betrekking tot voertuigen, alsmede

b) gegevens met betrekking tot de eigenaar of houder van het voertuig.

De in de punten a) en b) bedoelde specifieke gegevens die nodig zijn voor het uitvoeren van de bevraging stroken met bijlage I.

2. Bevragingen in de vorm van uitgaande verzoeken worden uitgevoerd door het nationale contactpunt van de lidstaat van de overtreding aan de hand van een volledig kenteken.

Die bevragingen worden uitgevoerd in overeenstemming met de procedures van hoofdstuk 3 van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ, uitgezonderd voor punt 1 van hoofdstuk 3 van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ, waarop bijlage I bij deze richtlijn van toepassing is.

De lidstaat van de overtreding gebruikt uit hoofde van deze richtlijn de verkregen gegevens om vast te stellen wie persoonlijk aansprakelijk is voor de in de artikelen 2 en 3 bedoelde verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen.

3. Ter uitvoering van de lid 1 bedoelde uitwisseling van informatie wijst elke lidstaat een nationaal contactpunt aan. De bevoegdheden van het nationaal contactpunt worden bepaald door het toepasselijke recht van de betrokken lidstaat.

4. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de uitwisseling van informatie via interoperabele elektronische middelen plaatsvindt, zonder uitwisseling van gegevens uit andere databanken. Zij zorgen ervoor dat de uitwisseling van informatie op een kosteneffectieve en veilige manier verloopt en waarborgen de beveiliging en bescherming van de verstrekte gegevens, door zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande softwaretoepassingen zoals die welke speciaal is ontworpen voor de toepassing van artikel 12 van Besluit 2008/615/JBZ, alsmede gewijzigde versies van die softwaretoepassingen, in overeenstemming met bijlage I bij deze richtlijn en punten 2 en 3 van hoofdstuk 3 van de bijlage bij Besluit 2008/616/JBZ. De gewijzigde versies van de softwaretoepassingen voorzien zowel in een online uitwisselingswijze in realtime als in een uitwisselingswijze met gegroepeerde gegevens;deze laatste methode moet toelaten dat meerdere verzoeken of antwoorden in één bericht kunnen worden uitgewisseld.

5. Elke lidstaat draagt de eigen kosten in verband met de administratie, het gebruik en het onderhoud van de in lid 4 vermelde softwaretoepassingen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen