Art. 8 Richtlijn 2011/16/EU, Reikwijdte en voorwaarden van de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen

Richtlijn 2011/16/EU

1. De bevoegde autoriteit van elke lidstaat verstrekt de bevoegde autoriteit van elke andere lidstaat met betrekking tot belastingtijdvakken vanaf 1 januari 2014 automatisch de inlichtingen waarover zij ten aanzien van ingezetenen van die andere lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de nationale wetgeving van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt:

a) arbeidsinkomen;

b) directiehonoraria;

c) levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere uniale rechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften;

d) pensioenen;

e) eigendom van en inkomsten uit onroerend goed.

2. De lidstaten stellen de Commissie voor 1 januari 2014 in kennis van de in lid 1 vermelde categorieën ten aanzien waarvan zij over inlichtingen beschikken. Zij stellen de Commissie in kennis van latere wijzigingen dienaangaande.

3. De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan aan de bevoegde autoriteit van elke andere lidstaat meedelen dat zij geen inlichtingen inzake de in lid 1 vermelde inkomsten- en vermogenscategorieën of inzake inkomsten en vermogens onder een minimumbedrag wenst te ontvangen. Zij stelt ook de Commissie hiervan in kennis. Een lidstaat die de Commissie niet in kennis stelt van enige categorie ten aanzien waarvan hij over inlichtingen beschikt, kan worden geacht geen inlichtingen overeenkomstig lid 1 te willen ontvangen.

4. Voor 1 juli 2016 doen de lidstaten de Commissie jaarlijks statistieken over de omvang van de automatische uitwisseling van inlichtingen toekomen, alsook, in de mate van het mogelijke, gegevens betreffende administratieve en andere toepasselijke kosten en baten die voor belastingdiensten en derden zijn gerezen met betrekking tot de verrichte uitwisselingen, en mogelijke veranderingen.

5. Voor 1 juli 2017 presenteert de Commissie een verslag met een overzicht en een beoordeling van de ontvangen statistieken en gegevens betreffende, onder meer, de administratieve en andere relevante kosten en de baten van automatische uitwisseling van inlichtingen, alsook de daarmee samenhangende praktische aspecten. Voor zover dienstig dient de Commissie bij de Raad een voorstel in betreffende de categorieën inkomsten en vermogens en/of de in lid 1 gestelde voorwaarden, met inbegrip van de voorwaarde dat inlichtingen betreffende ingezetenen van andere lidstaten beschikbaar moeten zijn.

De Raad zal bij de behandeling van een door de Commissie ingediend voorstel beoordelen of de doeltreffendheid en de werking van de automatische uitwisseling van informatie verder moeten worden verbeterd en of deze aan een strenger criterium moeten gaan beantwoorden, teneinde erin te voorzien dat:

a) de bevoegde autoriteit van elke lidstaat de bevoegde autoriteit van elke andere lidstaat met betrekking tot belastingtijdvakken vanaf 1 januari 2017 automatisch de inlichtingen verstrekt waarover zij ten aanzien van ingezetenen van die andere lidstaat beschikt, inzake ten minste drie van de specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de nationale wetgeving van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt, en

b) de in lid 1 vermelde lijst van categorieën wordt verruimd tot dividenden, vermogenswinsten en royalty’s.

6. De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het belastingjaar van de lidstaat in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn gekomen.

7. De Commissie stelt, binnen de in artikel 29, lid 1, bepaalde termijnen, volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure de nadere regels betreffende de automatische uitwisseling van inlichtingen vast.

8. Lidstaten die langs bilaterale of multilaterale weg met andere lidstaten overeenkomen automatisch inlichtingen over bijkomende inkomsten- en vermogenscategorieën uit te wisselen, doen mededeling van deze overeenkomsten aan de Commissie, die ze aan de overige lidstaten ter beschikking stelt.