Art. 8 Verordening (EU) nr. 1095/2010, Taken en bevoegdheden van de Autoriteit

Verordening (EU) nr. 1095/2010

1. De Autoriteit heeft de volgende taken:

a) bijdragen tot de invoering van kwalitatief hoogstaande gemeenschappelijke regulerings- en toezichtnormen en -praktijken, met name door het verstrekken van adviezen aan de instellingen van de Unie en door het ontwikkelen van richtsnoeren, aanbevelingen en ontwerpen van technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen op basis van de in artikel 1, lid 2, genoemde wetgevingshandelingen;

b) bijdragen tot de consistente toepassing van de juridisch bindende handelingen van de Unie, met name door tot een gemeenschappelijke toezichtpraktijk bij te dragen, de consistente, efficiënte en effectieve toepassing van de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen te verzekeren, reguleringsarbitrage te voorkomen, bij meningsverschillen tussen de bevoegde autoriteiten te bemiddelen en een schikking te treffen, een doeltreffend en consistent toezicht op financiëlemarktdeelnemers en een coherente werking van de colleges van toezichthouders te waarborgen en maatregelen te nemen in onder meer noodsituaties;

c) stimuleren en vergemakkelijken van de delegatie van taken en verantwoordelijkheden tussen de bevoegde autoriteiten;

d) nauw samenwerken met het ESRB, met name door het ESRB de nodige informatie te verstrekken voor het uitvoeren van zijn taken en door een behoorlijke follow-up te geven aan de waarschuwingen en aanbevelingen van het ESRB;

e) organiseren en verrichten van collegiale toetsingen van de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van het verstrekken van richtsnoeren en aanbevelingen en het vaststellen van beste praktijken, met de bedoeling de consistentie in de toezichtresultaten te verhogen;

f) volgen en beoordelen van marktontwikkelingen op haar bevoegdheidsgebied;

g) verrichten van economische marktanalyses om aan te tonen dat de Autoriteit zich van haar taken heeft gekweten;

h) bevorderen van de bescherming van beleggers;

i) bijdragen tot de consistente en samenhangende werking van de colleges van toezichthouders, de monitoring, beoordeling en meting van het systeemrisico, de ontwikkeling en coördinatie van herstel- en afwikkelingsplannen, waarbij in de gehele Unie een hoge beschermingsgraad wordt geboden aan beleggers en er methoden voor de afwikkeling van failliet gaande financiëlemarktdeelnemers worden ontwikkeld alsmede een beoordeling van de noodzaak tot passende financieringsinstrumenten overeenkomstig de artikelen 21 tot en met 26;

j) vervullen van alle andere specifieke taken die in deze verordening of in andere wetgevingshandelingen zijn vastgesteld;

k) bekendmaken en regelmatig bijwerken van informatie op haar website over haar activiteiten, met name, binnen haar bevoegdheden, ten aanzien van geregistreerde financiëlemarktdeelnemers, teneinde gemakkelijk toegankelijke informatie voor het publiek te garanderen;

l) overnemen, voor zover van toepassing, van de huidige, lopende taken van het Comité van Europese effectenregelgevers (CEER).

2. Om de in lid 1 vastgestelde taken uit te voeren, beschikt de Autoriteit over de in onderhavige verordening vastgestelde bevoegdheden, met name de bevoegdheid om:

a) voorstellen voor technische reguleringsnormen te ontwikkelen in de in artikel 10 bedoelde specifieke gevallen;

b) voorstellen voor technische uitvoeringsnormen te ontwikkelen, in de in artikel 15 bedoelde specifieke gevallen;

c) richtsnoeren en aanbevelingen te geven, als vastgesteld in artikel 16;

d) in specifieke gevallen aanbevelingen te doen, als bedoeld in artikel 17, lid 3;

e) in de in de artikelen 18, lid 3, en 19, lid 3, genoemde specifieke gevallen individuele besluiten te nemen die gericht zijn tot bevoegde autoriteiten;

f) in gevallen die betrekking hebben op rechtstreeks toepasselijk Unierecht, individuele besluiten te nemen die gericht zijn tot financiëlemarktdeelnemers, in de in artikel 17, lid 6, in artikel 18, lid 4, en in artikel 19, lid 4, bedoelde specifieke gevallen;

g) adviezen te verstrekken aan het Europees Parlement, de Raad of de Commissie als bepaald in artikel 34;

h) overeenkomstig artikel 35 de nodige informatie over financiëlemarktdeelnemers te verzamelen;

i) gemeenschappelijke methoden ter beoordeling van het effect van bepaalde productkenmerken en distributieprocessen op de financiële positie van financiëlemarktdeelnemers en op de consumentenbescherming te ontwikkelen;

j) een centraal toegankelijke gegevensbank op te zetten van geregistreerde financiëlemarktdeelnemers in haar ambtsgebied, indien dat in de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen is gespecificeerd.