Art. 30 Verordening (EU) nr. 1095/2010, Collegiale toetsingen van bevoegde autoriteiten

Verordening (EU) nr. 1095/2010

1. De Autoriteit organiseert en houdt periodiek collegiale toetsingen van sommige of alle activiteiten van bevoegde autoriteiten om de consistentie in de toezichtresultaten verder te versterken. Hiertoe ontwikkelt de Autoriteit methoden om een objectieve beoordeling en vergelijking tussen de aan toetsing onderworpen autoriteiten mogelijk te maken. Bij de collegiale toetsingen wordt rekening gehouden met beschikbare informatie en reeds uitgevoerde evaluaties betreffende de betrokken bevoegde autoriteit.

2. De collegiale toetsing omvat een beoordeling van onder meer, maar niet beperkt tot:

a) de adequaatheid van de regelingen van de bevoegde autoriteit op het gebied van hulpmiddelen en bestuur, vooral met het oog op de effectieve toepassing van de in de artikelen 10 tot en met 15 genoemde technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen en de in artikel 1, lid 2, genoemde handelingen en de capaciteit om op marktontwikkelingen te reageren;

b) de mate van convergentie die in de toepassing van het Unierecht en in de toezichtpraktijk, daaronder begrepen de op grond van de artikelen 10 tot en met 16 vastgestelde technische reguleringsnormen en technische uitvoeringsnormen, richtsnoeren en aanbevelingen, is bereikt, en de mate waarin de toezichtpraktijk de in het Unierecht vastgestelde doelstellingen bereikt;

c) door sommige bevoegde autoriteiten ontwikkelde beste praktijken waarvan de navolging voor andere bevoegde autoriteiten nuttig kan zijn;

d) de effectiviteit en de mate van convergentie die bereikt worden met betrekking tot de handhaving van de bepalingen die zijn goedgekeurd ter uitvoering van het recht van de Unie, met inbegrip van de administratiefrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen die zijn ingesteld jegens personen die verantwoordelijkheid dragen voor het niet-naleven van deze bepalingen.

3. Op basis van een collegiale toetsing kan de Autoriteit richtsnoeren en aanbevelingen uitvaardigen uit hoofde van artikel 16. Overeenkomstig artikel 16, lid 3, streven de bevoegde autoriteiten ernaar deze richtsnoeren en aanbevelingen op te volgen. Bij het opstellen van ontwerpen van technische regulerings- of uitvoeringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 houdt de Autoriteit rekening met het resultaat van de collegiale toetsing.

4. De Autoriteit maakt de beste praktijken die naar voren komen uit die collegiale toetsingen, openbaar. Daarenboven kunnen alle andere resultaten van collegiale toetsingen bekend worden gemaakt, voor zover de bevoegde autoriteit die het voorwerp uitmaakt van de collegiale toetsing, daarmee instemt.