Art. 4 Verordening (EU) nr. 1093/2010, Definities
Verordening (EU) nr. 1093/2010
Voor de toepassing van onderhavige verordening wordt verstaan onder:
1. „financiële instellingen”: „kredietinstellingen” in de zin van artikel 4, punt 1, van Richtlijn 2006/48/EG, „beleggingsondernemingen” in de zin van artikel 3, punt 1, onder b), van Richtlijn 2006/49/EG en „financiële conglomeraten” in de zin van artikel 2, punt 14, van Richtlijn 2002/87/EG, met dien verstande dat, wat Richtlijn 2005/60/EG betreft, onder „financiële instellingen” uitsluitend wordt verstaan, de kredietinstellingen en financiële instellingen als gedefinieerd in artikel 3, punten 1 en 2, van die richtlijn;
2. „bevoegde autoriteiten”:
i) bevoegde autoriteiten in de zin van de Richtlijnen 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2007/64/EG en als bedoeld in Richtlijn 2009/110/EG,
ii) wat de Richtlijnen 2002/65/EG en 2005/60/EG betreft, de autoriteiten die de naleving van de voorschriften van deze richtlijnen door de kredietinstellingen en financiële instellingen moeten garanderen, en
iii) wat depositogarantiestelsels betreft, organen die depositogarantiestelsels beheren ingevolge Richtlijn 94/19/EG of, ingeval de activiteit van het depositogarantiestelsel door een particuliere onderneming wordt beheerd, de overheidsinstantie die ingevolge die richtlijn toezicht houdt op deze stelsels.