Art. 15 Verordening (EU) nr. 1092/2010, Vergaring en uitwisseling van informatie
Verordening (EU) nr. 1092/2010
1. Het ESRB voorziet de ESA’s van de informatie over risico’s die zij nodig hebben voor het vervullen van hun taken.
2. Overeenkomstig de wetgeving van de Unie werken de ESA’s, het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), de Commissie, de nationale toezichthoudende autoriteiten en de nationale statistische autoriteiten nauw met het ESRB samen en verstrekken dit alle nodige informatie voor het vervullen van zijn taken.
3. Onverminderd artikel 36, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 mag het ESRB de ESA’s om informatie vragen, in de regel in samengevatte of geaggregeerde vorm, zodat de individuele financiële instellingen niet kunnen worden geïdentificeerd.
4. Alvorens overeenkomstig dit artikel om informatie te verzoeken, gaat het ESRB eerst na welke bestaande statistieken reeds door het Europees statistisch systeem en door het ESCB zijn opgesteld, verspreid en ontwikkeld.
5. Als de gevraagde informatie niet beschikbaar is of als deze niet tijdig beschikbaar wordt gesteld, mag het ESRB de informatie opvragen bij het ESCB, de nationale toezichthoudende autoriteiten of de nationale statistische autoriteiten. Als die informatie niet beschikbaar blijft, kan het ESRB de betrokken lidstaat daarom verzoeken, onverminderd de bevoegdheden van respectievelijk de Raad, de Commissie (Eurostat), de ECB, het Eurostelsel en het ESCB op het gebied van statistiek en gegevensvergaring.
6. Als het ESRB verzoekt om informatie in niet-samengevatte of niet-geaggregeerde vorm, moet in het met redenen omklede verzoek worden uitgelegd waarom gegevens over de desbetreffende individuele financiële instelling systeemrelevant en noodzakelijk worden geacht in het licht van de bestaande marktsituatie.
7. Alvorens in te gaan op een verzoek om informatie in niet-samengevatte of niet-geaggregeerde vorm, raadpleegt het ESRB de betrokken Europese toezichthoudende autoriteit om zeker te zijn dat het verzoek gerechtvaardigd en evenredig is. Indien de betrokken Europese toezichthoudende autoriteit het verzoek niet gerechtvaardigd en evenredig acht, zal zij het verzoek onverwijld aan het ESRB retourneren en om een aanvullende motivering vragen. Nadat het ESRB de aanvullende motivering heeft verstrekt aan de betrokken Europese toezichthoudende autoriteit, wordt de gevraagde informatie aan het ESRB toegezonden door degenen tot wie het verzoek is gericht, mits zij rechtmatige toegang hebben tot de betreffende informatie.