Art. 59 Verordening (EU) nr. 1031/2010, Gedragsregels voor andere personen aan wie overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b) en c), en artikel 18, lid 2, vergunning is verleend om voor anderen te bieden

Verordening (EU) nr. 1031/2010

1. Dit artikel is van toepassing op:

a) personen aan wie vergunning is verleend om te bieden overeenkomstig artikel 18, lid 2;

b) in artikel 18, lid 1, onder b) en c), bedoelde beleggingsondernemingen en kredietinstellingen waaraan vergunning is verleend om te bieden overeenkomstig artikel 18, lid 3.

2. De in lid 1 bedoelde personen passen in hun relaties met hun cliënten de volgende gedragsregels toe:

a) zij aanvaarden instructies van hun cliënten onder vergelijkbare voorwaarden;

b) zij kunnen, met inachtneming van de nationale wetgeving ter omzetting van de artikelen 24 en 28 van Richtlijn 2005/60/EG, weigeren om biedingen uit te brengen voor een cliënt indien zij goede redenen hebben om witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik te vermoeden;

c) zij kunnen weigeren een bieding uit te brengen voor een cliënt indien zij goede redenen hebben om te vermoeden dat de cliënt niet bij machte is te betalen voor de emissierechten waarvoor hij de bieding wenst uit te brengen;

d) zij sluiten een schriftelijke overeenkomst met hun cliënten. De gesloten overeenkomsten leggen de betrokken cliënten geen oneerlijke voorwaarden of beperkingen op. Zij vermelden alle voorwaarden betreffende de aangeboden diensten, met name betreffende de betaling en levering van de emissierechten;

e) zij kunnen van hun cliënten een deposito verlangen als aanbetaling voor de emissierechten;

f) zij mogen het aantal biedingen dat een cliënt kan uitbrengen, niet nodeloos beperken;

g) zij mogen niet voorkomen of tegengaan dat hun cliënten gebruikmaken van de diensten van andere entiteiten die krachtens artikel 18, lid 1, onder b) tot en met e), en artikel 18, lid 2, gerechtigd zijn om voor hen biedingen uit te brengen in de veilingen;

h) zij nemen de belangen in acht van de cliënten die hun opdragen om voor hen biedingen uit te brengen in de veilingen;

i) zij behandelen hun cliënten billijk en zonder te discrimineren;

j) zij beschikken over interne systemen en procedures waarmee verzoeken van cliënten om als agent in een veiling op te treden kunnen worden verwerkt, waarmee op doeltreffende wijze aan veilingen kan worden deelgenomen, met name wat het uitbrengen van biedingen voor hun cliënten betreft, en waarmee betalingen en zekerheden in ontvangst kunnen worden genomen van en emissierechten kunnen worden overgedragen aan de cliënten namens wie zij handelen;

k) zij voorkomen dat vertrouwelijke informatie vanuit het deel van hun bedrijf dat verantwoordelijk is voor het ontvangen, voorbereiden en uitbrengen van biedingen voor hun cliënten, wordt doorgegeven aan het deel van hun bedrijf dat verantwoordelijk is voor het voorbereiden en uitbrengen van biedingen voor eigen rekening of aan het deel van hun bedrijf dat verantwoordelijk is voor hun activiteiten voor eigen rekening op de secundaire markt;

l) zij houden een dossier bij met daarin de informatie die zij hebben verkregen of geproduceerd in hun hoedanigheid van tussenpersonen die in de veilingen biedingen uitbrengen voor hun cliënten, en bewaren deze informatie gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop zij is verkregen of geproduceerd.

Het bedrag van het onder e) bedoelde deposito wordt op billijke en redelijke wijze berekend.

De methode van berekening van het onder e) bedoelde deposito wordt beschreven in de conform punt d) gesloten overeenkomsten.

Het gedeelte van het onder e) bedoelde deposito dat niet wordt gebruikt voor de betaling van de emissierechten, wordt aan de betaler gerestitueerd binnen een redelijke termijn na de veiling die in de conform punt d) gesloten overeenkomsten wordt vermeld.

3. De in lid 1 bedoelde personen passen de volgende gedragsregels toe wanneer zij voor eigen rekening of voor hun cliënten biedingen uitbrengen:

a) zij verstrekken alle informatie die door een veilingplatform waarbij zij de toelating hebben om te bieden, of door de veilingtoezichthouder met het oog op de vervulling van hun taken uit hoofde van deze verordening wordt opgevraagd;

b) zij gaan te werk met integriteit, redelijke vakkundigheid, zorg en inzet.

4. De bevoegde nationale autoriteiten die zijn aangewezen door de lidstaten waarin de in lid 1 bedoelde personen zijn gevestigd, zijn bevoegd om die personen vergunning te verlenen om de in dat lid bedoelde activiteiten uit te oefenen en om de naleving van de in de leden 2 en 3 vastgestelde gedragsregels te bewaken en te handhaven, met inbegrip van de behandeling van eventuele klachten wegens niet-naleving van die gedragsregels.

5. De in lid 4 bedoelde bevoegde nationale autoriteiten verlenen de in lid 1 bedoelde personen alleen een vergunning indien deze personen aan alle hierna genoemde voorwaarden voldoen:

a) zij staan als voldoende betrouwbaar bekend en zijn voldoende ervaren om een correcte naleving van de in de leden 2 en 3 vastgestelde gedragsregels te waarborgen;

b) zij passen de nodige procedures en controles toe om belangenconflicten te ondervangen en te handelen in het belang van hun cliënten;

c) zij voldoen aan de eisen van de nationale wetgeving waarin Richtlijn 2005/60/EG is omgezet;

d) zij voldoen aan alle andere noodzakelijk geachte voorwaarden met betrekking tot de aard van de geboden biedingsdiensten, de mate van kennis van zaken van de betrokken cliënten zoals die uit hun investeerders- of handelsprofiel naar voren komt, en een risicogerelateerde beoordeling van de kans op witwassen van geld, financiering van terrorisme of criminele activiteiten.

6. De bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaat waarin aan de in lid 1 bedoelde personen een vergunning tot bieden wordt verleend, bewaken en handhaven de naleving van de in lid 5 genoemde voorwaarden. De lidstaat ziet erop toe dat:

a) zijn bevoegde nationale autoriteiten over de noodzakelijke onderzoeksbevoegdheden beschikken en doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties toepassen;

b) een mechanisme wordt ingesteld voor de behandeling van klachten en de intrekking van vergunningen indien personen die een vergunning hadden verkregen, hun uit die vergunning voortvloeiende verplichtingen niet nakomen;

c) zijn bevoegde nationale autoriteiten een overeenkomstig lid 5 verleende vergunning kunnen intrekken indien een in lid 1 bedoelde persoon de bepalingen van de leden 2 en 3 ernstig en stelselmatig heeft geschonden.

7. Cliënten van de in lid 1 bedoelde bieders kunnen eventuele klachten betreffende de naleving van de in lid 2 vastgestelde gedragsregels richten tot de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteiten, overeenkomstig de procedureregels die in de lidstaat waarin toezicht op de in lid 1 bedoelde persoon wordt uitgeoefend, zijn vastgesteld voor de behandeling van dergelijke klachten.

8. Aan de in lid 1 bedoelde personen die de toelating hebben verkregen om op een veilingplatform biedingen uit te brengen overeenkomstig de artikelen 18, 19 en 20, is het, zonder dat zij aan nadere wettelijke of administratieve eisen van de lidstaten hoeven te voldoen, toegestaan biedingsdiensten aan te bieden aan de in artikel 19, lid 3, onder a), bedoelde cliënten.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen