Art. 22 Verordening (EU) nr. 1031/2010, Aanwijzing van de veiler
Verordening (EU) nr. 1031/2010
1. Elke lidstaat wijst een veiler aan. Geen enkele lidstaat veilt emissierechten zonder een veiler te hebben aangewezen. Twee lidstaten of meer kunnen dezelfde veiler aanwijzen.
2. De veiler wordt door de aanwijzende lidstaat voldoende lang vóór de aanvang van de veilingen aangewezen, zodat hij met het door die lidstaat aangewezen of aan te wijzen veilingplatform, inclusief elk daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem, de nodige regelingen kan treffen en ten uitvoer leggen die de veiler in staat stellen om voor de aanwijzende lidstaat emissierechten te veilen op onderling overeengekomen voorwaarden.
3. In het geval van lidstaten die niet deelnemen aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke acties wordt de veiler door de aanwijzende lidstaat voldoende lang vóór de aanvang van de veilingen op de overeenkomstig artikel 26, lid 1 en lid 2, aangewezen veilingplatforms aangewezen, zodat hij met deze veilingplatforms, inclusief elk daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem, de nodige regelingen kan treffen en ten uitvoer leggen die de veiler in staat stellen om voor de aanwijzende lidstaat op die veilingplatforms emissierechten te veilen op onderling overeengekomen voorwaarden, overeenkomstig artikel 30, lid 7, tweede alinea, en artikel 30, lid 8, eerste alinea.
4. De lidstaten delen geen voorwetenschap in de zin van artikel 3, punt 29), en artikel 37, onder a), met personen die werken voor een veiler.
In het geval van onrechtmatige bekendmaking van voorwetenschap aan één of meer voor de veiler werkzame personen voorzien de aanwijzingsbepalingen van de veiler in adequate maatregelen om alle personen met wie de voorwetenschap onrechtmatig is gedeeld, van de veilingen uit te sluiten.
De tweede alinea staat de toepassing van de artikelen 11 tot en met 16 van Richtlijn 2003/6/EG en artikel 43 van deze verordening met betrekking tot overtredingen van het in de eerste alinea vervatte verbod niet in de weg.
5. De voor een lidstaat te veilen emissierechten worden pas ter veiling gebracht nadat naar behoren een veiler is aangewezen en nadat de in lid 2 bedoelde regelingen zijn getroffen en ten uitvoer zijn gelegd.
6. Lid 5 laat eventuele juridische consequenties uit hoofde van het recht van de Unie ten aanzien van een lidstaat die zijn verplichtingen krachtens de leden 1 tot en met 4 niet nakomt, onverlet.
7. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de identiteit en de contactgegevens van de veiler.
De identiteit en de contactgegevens van de veiler worden op de website van de Commissie bekendgemaakt.