Art. 5 Verordening (EU) nr. 961/2010
1. Er geldt een verbod op:
a) het direct of indirect verlenen van technische bijstand in verband met goederen en technologie genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, en in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van goederen genoemd in die lijst, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran;
b) het direct of indirect verlenen van technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met goederen en technologie genoemd in de bijlagen I en II, en in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van goederen genoemd in de bijlagen I en II, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran;
c) het direct of indirect verstrekken van technische bijstand of tussenhandeldiensten gerelateerd aan de in bijlage III bedoelde uitrusting die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen, of voor gebruik in Iran;
d) het direct of indirect verlenen van financiering of financiële bijstand in verband met goederen en technologie genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen of in de bijlagen I, II en III, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran;
e) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben dat de onder a), b), c) en d) bedoelde verbodsbepalingen worden omzeild.
2. De verstrekking van het volgende is onderworpen aan een vergunning van de bevoegde autoriteit van de lidstaat in kwestie:
a) technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met goederen en technologie genoemd in bijlage IV, en in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken ervan, direct of indirect, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran;
b) financiering of financiële bijstand in verband met goederen en technologie genoemd in bijlage IV, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, direct of indirect, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran.
3. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, verlenen geen toestemming voor de in lid 2 bedoelde transacties, indien zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat deze transactie een bijdrage kan leveren tot een van de volgende activiteiten:
a) activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water;
b) de ontwikkeling door Iran van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens; of
c) de uitoefening door Iran van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat.