Art. 49 Verordening (EU) nr. 904/2010
1. De lidstaten en de Commissie onderzoeken en beoordelen de werking van de op grond van deze verordening ingestelde regelingen voor administratieve samenwerking. De Commissie verzamelt de ervaringen van de lidstaten met het oog op de verbetering van de werking van die regelingen.
2. De lidstaten verstrekken de Commissie alle beschikbare inlichtingen in verband met de toepassing van deze verordening.
3. Een lijst met de statistische gegevens die nodig zijn voor de evaluatie van deze verordening wordt vastgesteld volgens de procedure waarin artikel 58, lid 2, voorziet. De lidstaten doen de Commissie mededeling van die gegevens, voor zover zij beschikbaar zijn en de mededeling ervan naar verwachting geen onredelijke administratieve lasten meebrengt.
4. Teneinde de doeltreffendheid van deze regeling voor administratieve samenwerking met het oog op de bestrijding van belastingontduiking en belastingontwijking te beoordelen, kunnen de lidstaten de Commissie alle andere in artikel 1 bedoelde inlichtingen verstrekken.
5. De Commissie doet de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde inlichtingen toekomen aan de andere betrokken lidstaten.
6. Indien nodig en in aanvulling op wat in andere bepalingen van deze verordening wordt vereist, verstrekt de Commissie de bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat de inlichtingen die hen in staat zouden kunnen stellen de fraude op het gebied van de btw te bestrijden, zodra zij deze in haar bezit heeft.
7. Teneinde de doelstellingen van deze verordening te realiseren, kan de Commissie op verzoek van een lidstaat haar expertise, technische of logistieke bijstand, of enige andere vorm van steun verlenen.