Art. 5 Richtlijn 2010/65/EU, Elektronische verzending van data
1. De lidstaten aanvaarden zo spoedig mogelijk, en in ieder geval vanaf 1 juni 2015, dat de meldingsformaliteiten langs elektronische weg via één elektronisch platform worden vervuld.
Dit elektronische platform, waarin SafeSeaNet, e-douane en andere elektronische systemen worden gekoppeld, is de plaats waar overeenkomstig deze richtlijn alle informatie eenmaal wordt gemeld en vervolgens beschikbaar wordt gesteld voor de verschillende bevoegde autoriteiten en de lidstaten.
2. Onverminderd de in het FAL-Verdrag bedoelde vorm moet de in lid 1 bedoelde vorm voldoen aan artikel 6.
3. Waar de rechtshandelingen van de Unie meldingsformaliteiten voorschrijft, en voor zover dit nodig is voor de goede werking van het ingevolge lid 1 ingestelde elektronische platform, moeten de in lid 1 bedoelde elektronische systemen interoperabel, toegankelijk en verenigbaar zijn met het overeenkomstig Richtlijn 2002/59/EG ingestelde SafeSeaNet-systeem en, indien van toepassing, met de bij Beschikking nr. 70/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven (16) ingevoerde informaticasystemen.
4. Onverminderd de specifieke bepalingen inzake douane- en grenscontroles als geregeld in Verordening (EEG) nr. 2913/92 respectievelijk Verordening (EG) nr. 562/2006 raadplegen de lidstaten het bedrijfsleven en stellen zij de Commissie in kennis van de vooruitgang die volgens de in Beschikking nr. 70/2008/EG bepaalde modaliteiten wordt geboekt.