Art. 36 Richtlijn 2010/35/EU, Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1. De bevoegdheid om de in artikel 35 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt voor onbepaalde tijd aan de Commissie verleend.
2. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.
3. De aan de Commissie toegekende bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, is onderworpen aan de voorwaarden die worden gesteld in de artikelen 37 en 38.