Art. 2 Richtlijn 2010/35/EU, Definities
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. „vervoerbare drukapparatuur”:
a) alle drukrecipiënten, kranen en, in voorkomend geval, ander toebehoren, zoals bedoeld in hoofdstuk 6.2 van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG;
b) tanks, batterijvoertuigen en -wagons, MEGC’s (multiple-element gas containers), hun kranen en, in voorkomend geval, ander toebehoren, zoals bedoeld in hoofdstuk 6.8 van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG,
indien de apparatuur onder a) of b) wordt gebruikt overeenkomstig deze bijlagen voor het vervoer van gassen van klasse 2, uitgezonderd gassen of artikelen met cijfers 6 en 7 in de classificatiecode, en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van andere klassen die worden vermeld in bijlage I bij deze richtlijn.
Onder vervoerbare drukapparatuur wordt ook verstaan: gaspatronen (VN-nummer 2037), uitgezonderd aerosolen (VN-nummer 1950), open cryogene recipiënten, gasflessen voor ademhalingstoestellen, brandblusapparaten (VN-nummer 1044), vervoerbare drukapparatuur die is vrijgesteld overeenkomstig punt 1.1.3.2 van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG en vervoerbare drukapparatuur die is vrijgesteld van de voorschriften over de constructie en het testen van verpakkingen volgens speciale bepalingen in punt 3.3 van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG;
2. „bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG”: bijlage I, deel I.1, bijlage II, deel II.1 en bijlage III, deel III.1, bij Richtlijn 2008/68/EG;
3. „in de handel brengen”: het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van vervoerbare drukapparatuur;
4. „op de markt aanbieden”: het in het kader van een handelsactiviteit of een openbare dienst, al dan niet tegen betaling, verstrekken van vervoerbare drukapparatuur met het oog op distributie of gebruik op de uniale markt;
5. „gebruik”: vullen, tijdelijk opslaan voor vervoer, legen en hervullen van vervoerbare drukapparatuur;
6. „uit de handel nemen”: maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat vervoerbare drukapparatuur op de markt wordt aangeboden of gebruikt;
7. „terugroepen”: maatregel waarmee wordt beoogd vervoerbare drukapparatuur die al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld, te doen terugkeren;
8. „fabrikant”: een natuurlijk of rechtspersoon die vervoerbare drukapparatuur, of onderdelen daarvan, vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en het onder zijn naam of handelsmerk verhandelt;
9. „gemachtigde”: een in de Unie gevestigde natuurlijk of rechtspersoon die schriftelijk door de fabrikant is gemachtigd om namens hem specifieke taken te vervullen;
10. „importeur”: een in de Unie gevestigde natuurlijk of rechtspersoon die vervoerbare drukapparatuur, of onderdelen daarvan, uit een derde land in de Unie in de handel brengt;
11. „distributeur”: een in de Unie gevestigde natuurlijk of rechtspersoon, met uitzondering van de fabrikant of de importeur, die vervoerbare drukapparatuur, of onderdelen daarvan, op de markt aanbiedt;
12. „eigenaar”: een in de Unie gevestigde natuurlijk of rechtspersoon die vervoerbare drukapparatuur in zijn bezit heeft;
13. „operator”: een in de Unie gevestigde natuurlijk of rechtspersoon die vervoerbare drukapparatuur gebruikt;
14. „marktdeelnemer”: de fabrikant, de gemachtigde, de importeur, de distributeur, de eigenaar of de operator die, al dan niet tegen betaling, aan een handelsactiviteit of een openbare dienst deelneemt;
15. „conformiteitsbeoordeling”: de beoordeling en de procedure voor de beoordeling van conformiteit zoals bepaald in de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG;
16. „pi-markering”: markering die aangeeft dat de vervoerbare drukapparatuur conform de toepasselijke conformiteitsbeoordelingseisen in de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG en in deze richtlijn is;
17. „hernieuwde conformiteitsbeoordeling”: de procedure, gevoerd op verzoek van de eigenaar of operator, die ertoe strekt om a posteriori te beoordelen of vervoerbare drukapparatuur die voor de datum van tenuitvoerlegging van Richtlijn 1999/36/EG werd vervaardigd en in de handel werd gebracht, conform is;
18. „periodieke keuring”: de periodieke keuring en de procedures inzake periodieke keuringen zoals bepaald in de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG;
19. „tussentijdse keuring”: de tussentijdse keuring en de procedures die gelden voor tussentijdse keuringen als vermeld in de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG;
20. „bijzondere keuring”: de bijzondere keuring en de procedures inzake bijzondere keuring zoals bepaald in de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG;
21. „nationale accreditatie-instantie”: de enige instantie in een lidstaat die door die staat gemachtigd is accreditaties te verlenen;
22. „accreditatie”: een formele verklaring van een nationale accreditatie-instantie dat een aangemelde instantie voldoet aan de eisen die zijn vermeld in de tweede alinea van punt 1.8.6.8 van de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG;
23. „aanmeldende autoriteit”: de door een lidstaat overeenkomstig artikel 17 aangewezen autoriteit;
24. „aangemelde instantie”: een keuringsinstantie die voldoet aan de eisen die zijn vermeld in de bijlagen bij Richtlijn 2008/68/EG en de voorwaarden in de artikelen 20 en 26 van deze richtlijn en die is aangemeld overeenkomstig artikel 22 bij deze richtlijn;
25. „aanmelding”: het toekennen van de status van aangemelde instantie aan een keuringsinstantie, waaronder het meedelen van deze informatie aan de Commissie en aan de lidstaten;
26. „markttoezicht”: activiteiten en maatregelen van overheidsinstanties om ervoor te zorgen dat vervoerbare drukapparatuur tijdens haar levenscyclus voldoet aan de eisen die zijn vastgesteld in Richtlijn 2008/68/EG en deze richtlijn, en geen gevaar oplevert voor gezondheid en veiligheid of andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang.