Art. 23 Richtlijn 2010/31/EU, Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

Richtlijn 2010/31/EU

1. De in artikel 22 bedoelde bevoegdheid tot vaststelling van de gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor een periode van vijf jaar beginnende op 8 juli 2010. De Commissie stelt niet later dan zes maanden voor het verstrijken van de periode van vijf jaar een verslag over de gedelegeerde bevoegdheden op. De delegatie van bevoegdheden wordt automatisch met eenzelfde periode verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad die bevoegdheid intrekt overeenkomstig artikel 24.

2. Onverminderd de in artikel 5, lid 1, vermelde termijn, wordt de in artikel 5 bedoelde bevoegdheid tot vaststelling van de gedelegeerde handelingen aan de Commissie verleend tot en met 30 juni 2012.

3. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

4. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend onder de voorwaarden van de artikelen 24 en 25.