Art. 4 Besluit 2010/656/EU
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen ter voorkoming van de binnenkomst in of doorreis door hun respectieve grondgebieden van alle personen die door het Sanctiecomité op een lijst zijn geplaatst omdat zij een bedreiging voor de vrede en voor het nationale verzoeningsproces in Ivoorkust vormen, in het bijzonder de personen die de uitvoering van de Overeenkomst van Linas-Marcoussis en de Overeenkomst van Accra III belemmeren, personen van wie op basis van relevante informatie is vastgesteld dat zij verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationale humanitaire recht in Ivoorkust, personen die publiekelijk aanzetten tot haat en geweld en personen van wie het Sanctiecomité heeft vastgesteld dat zij inbreuk maken op maatregelen die bij punt 7 van Resolutie 1572 (2004) van de VN-Veiligheidsraad zijn opgelegd.
De lijst van de in de eerste alinea bedoelde personen vormt de bijlage.
2. Lid 1 verplicht de lidstaten niet eigen onderdanen te beletten hun grondgebied binnen te komen.
3. Lid 1 is niet van toepassing wanneer het Sanctiecomité van oordeel is dat:
a) de reis gerechtvaardigd is om dringende humanitaire redenen, religieuze voorschriften daaronder begrepen;
b) een vrijstelling zou bijdragen tot het bereiken van de doelstellingen van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, namelijk de totstandbrenging van vrede en nationale verzoening in Ivoorkust en stabiliteit in de regio.
4. In de gevallen waarin een lidstaat krachtens lid 3 machtiging verleent tot binnenkomst in of doorreis via zijn grondgebied van de door het Sanctiecomité op de lijst geplaatste personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor zij is verleend en alleen voor de daarbij betrokken personen.