Art. 3 Besluit 2010/413/EU
1. De in artikel 1, lid 1, onder a), b) en c), en lid 3 vervatte maatregelen zijn in voorkomend geval niet van toepassing ten aanzien van voorwerpen en bijstand waarvan het Comité, vooraf en per geval, bepaalt dat dergelijke levering, verkoop, overdracht of verlening kennelijk niet zal bijdragen tot de ontwikkeling van Iraanse technologie waarmee proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten en de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens worden ondersteund, daaronder begrepen de gevallen waarin de voorwerpen of de bijstand bestemd zijn voor voedselvoorziening, landbouw, medische zorg of andere humanitaire doeleinden, op voorwaarde dat:
a) de desbetreffende contracten adequate waarborgen omtrent het eindgebruik bevatten, en
b) Iran zich ertoe verbonden heeft de voorwerpen niet te gebruiken bij proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of voor de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.
2. De in artikel 1, lid 1, onder e), en lid 3 vervatte maatregelen zijn niet van toepassing ten aanzien van voorwerpen en bijstand waarvan de bevoegde instantie in de betrokken lidstaat, vooraf en per geval, bepaalt dat de levering, verkoop, overdracht of verlening kennelijk niet zal bijdragen tot de ontwikkeling van Iraanse technologie waarmee proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten en de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens worden ondersteund, daaronder begrepen de gevallen waarin de voorwerpen of de bijstand bestemd zijn voor medische zorg of andere humanitaire doeleinden, op voorwaarde dat:
a) de desbetreffende contracten adequate waarborgen omtrent het eindgebruik bevatten, en
b) Iran zich ertoe verbonden heeft de voorwerpen niet te gebruiken bij proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of voor de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.
De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten in kennis van eventuele ontheffingen die worden afgewezen.