Art. 97 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Bevoegdheden van de functionarissen van de Commissie

Verordening (EG) nr. 1224/2009

1. De functionarissen van de Commissie kunnen verificaties en inspecties uitvoeren aan boord van vissersvaartuigen, alsook in de gebouwen van bedrijven en andere inrichtingen waar onder het gemeenschappelijk visserijbeleid vallende activiteiten plaatsvinden, en hebben toegang tot alle informatie en documenten die zij voor de uitoefening van hun taak nodig hebben, en wel in dezelfde mate en volgens dezelfde voorwaarden als de functionarissen van de lidstaat waar de verificatie en inspectie plaatsvinden.

2. De functionarissen van de Commissie hebben het recht kopieën te maken van de betreffende stukken en de nodige stalen te nemen indien zij aannemelijke redenen hebben om ervan uit te gaan dat de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid niet worden nageleefd. Zij mogen alle personen die zich op de plaats van inspectie bevinden, verzoeken zich te identificeren.

3. Functionarissen van de Commissie hebben geen ruimere bevoegdheden dan nationale inspecteurs en zij hebben geen politiebevoegdheden of handhavingsbevoegdheden.

4. Functionarissen van de Commissie leggen een schriftelijke bevoegdheidsverklaring voor waarin hun identiteit en hoedanigheid zijn aangegeven.

5. De Commissie stelt voor haar functionarissen een schriftelijk mandaat op waarin hun bevoegdheden en de doelstellingen van hun opdracht worden aangegeven.