Art. 29 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Vrijstellingen
Verordening (EG) nr. 1224/2009
1. Een vissersvaartuig dat onder een visserijinspanningsregeling vallend vistuig aan boord heeft, mag door een geografisch gebied waar die visserijinspanningsregeling geldt, varen als het voor dat geografische gebied geen vismachtiging heeft of als het zijn bevoegde autoriteiten op voorhand heeft laten weten dat het door dat gebied wil varen. Zolang het vissersvaartuig in dat geografische gebied is, moet al het vistuig dat onder die visserijinspanningsregeling valt en zich aan boord bevindt, vastgemaakt en opgeborgen worden overeenkomstig de voorwaarden in artikel 47.
2. Een lidstaat mag ervoor kiezen de activiteit van een vissersvaartuig dat in een onder een visserijinspanningsregeling vallend geografisch gebied niet aan de visserij gerelateerde activiteiten onderneemt, niet in mindering te brengen op een beschikbare maximaal toelaatbare visserijinspanning, mits het vissersvaartuig eerst de vlaggenlidstaat van zijn voornemen die activiteiten te ontplooien en van de aard van die activiteiten in kennis stelt, en voor de duur van de activiteiten afstand doet van zijn vismachtiging. Gedurende die activiteiten voeren deze vissersvaartuigen geen vistuig of vis mee.
3. Een lidstaat mag ervoor kiezen de activiteit van een vissersvaartuig in een onder een visserijinspanningsregeling vallend geografisch gebied niet in mindering te brengen op een beschikbare maximaal toelaatbare visserijinspanning, indien dat vissersvaartuig zich in dat geografische gebied bevond maar niet kon vissen omdat het een vissersvaartuig in nood hielp of omdat het een gewonde vervoerde voor dringende medische zorg. Binnen een maand na dat besluit stelt de vlaggenlidstaat de Commissie ervan in kennis en levert hij bewijs van de verleende noodhulp.