Art. 10 Verordening (EG) nr. 1211/2009, Personeel
Verordening (EG) nr. 1211/2009
1. Het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (16), en de regels die de instellingen van de Europese Gemeenschappen gezamenlijk hebben vastgesteld met het oog op de toepassing van dit Statuut en deze regeling, zijn van toepassing op het personeel van het Bureau, met inbegrip van de administratief directeur.
2. Het comité van beheer stelt in overleg met de Commissie de nodige uitvoeringsmaatregelen vast volgens de regelingen van artikel 110 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.
3. De bevoegdheden die krachtens het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen zijn verleend aan het tot aanstelling bevoegde gezag, alsook de bevoegdheden die krachtens de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen zijn verleend aan het tot het aangaan van overeenkomsten bevoegde gezag, worden uitgeoefend door de vicevoorzitter van het comité van beheer.
4. Het comité van beheer kan bepalingen vaststellen op grond waarvan uit lidstaten gedetacheerde nationale deskundigen op tijdelijke basis voor maximaal drie jaar bij het Bureau kunnen worden aangesteld.