Art. 41
Goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers komende uit een derde land, worden van rechten bij invoer vrijgesteld, op voorwaarde dat deze invoer is vrijgesteld van btw krachtens bepalingen van nationaal recht die zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2007/74/EG van de Raad van 20 december 2007 betreffende de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen op goederen die worden ingevoerd door reizigers komende uit derde landen (5).
Ten aanzien van goederen die worden ingevoerd in de in artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (6) genoemde gebieden, gelden dezelfde bepalingen inzake douanevrijstelling als ten aanzien van goederen die in een ander deel van het grondgebied van de betrokken lidstaat worden ingevoerd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Noord-Holland 4 april 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3254
- Rb. Noord-Holland 26 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:2946
- Rb. Noord-Holland 8 november 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:11569
- Rb. Noord-Holland 20 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8621
- Rb. Noord-Holland 20 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:8617
- Rb. Noord-Holland 6 januari 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:86
- Rb. Noord-Holland 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:11511
- Rb. Noord-Holland 29 oktober 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:11062
- Hof Amsterdam 28 november 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3299
- Hof Amsterdam 28 november 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3298
- Hof Amsterdam 14 november 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:4073
- Hof Amsterdam 24 september 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3442