Art. 78 Verordening (EG) nr. 1122/2009, Toepassing van verlagingen voor elke steunregeling
Verordening (EG) nr. 1122/2009
1. Het bedrag van de betaling die aan een landbouwer verschuldigd is in het kader van een in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 73/2009 vermelde steunregeling, wordt door de lidstaten berekend op basis van de in de betrokken steunregeling gestelde voorwaarden, waarbij zo nodig rekening wordt gehouden met de overschrijding van het basisareaal, van het gegarandeerde maximumareaal of van het aantal dieren waarvoor de premies kunnen worden ontvangen.
2. Voor elke in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 73/2009 vermelde steunregeling worden zo nodig verlagingen of uitsluitingen toegepast in verband met onregelmatigheden, de modulatie, de financiële discipline of omdat de aanvraag te laat is ingediend, percelen niet zijn aangegeven, de begrotingsmaxima zijn overschreden of de randvoorwaarden niet zijn toegepast, zulks op de wijze en in de volgorde zoals hierna aangegeven:
a) de verlagingen of uitsluitingen overeenkomstig titel IV, hoofdstuk II, worden toegepast ten aanzien van onregelmatigheden;
b) het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van punt a), dient als basis voor de berekening van de verlagingen die eventueel overeenkomstig de artikelen 23 en 24 moeten worden toegepast in geval van een te late indiening van de aanvraag;
c) het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van punt b), dient als basis voor de berekening van de verlagingen die eventueel overeenkomstig artikel 55 moeten worden toegepast in geval van het niet aangeven van percelen landbouwgrond;
d) wat de steunregelingen betreft waarvoor overeenkomstig artikel 51, lid 2, artikel 69, lid 3, artikel 123, lid 1, en artikel 128, lid 1, van Verordening (EG) nr. 73/2009 een begrotingsmaximum wordt vastgesteld of overeenkomstig artikel 126, lid 2, artikel 127, lid 2, en artikel 129, lid 2, van die verordening een begrotingsmaximum wordt toegepast, telt de lidstaat de uit de toepassing van de punten a), b) en c) voortvloeiende bedragen bij elkaar op.
Voor elk van die steunregelingen wordt een coëfficiënt bepaald door het bedrag van het betrokken begrotingsmaximum te delen door de som van de in de eerste alinea bedoelde bedragen. Indien de verkregen coëfficiënt hoger is dan 1, wordt een coëfficiënt toegepast die gelijk is aan 1.
Voor de berekening van de betaling die aan een individuele landbouwer verschuldigd is in het kader van een steunregeling waarvoor een begrotingsmaximum is vastgesteld, wordt het uit de toepassing van de punten a), b) en c) van de eerste alinea voortvloeiende bedrag vermenigvuldigd met de overeenkomstig de in de tweede alinea bepaalde coëfficiënt.