Art. 13 Verordening (EG) nr. 1122/2009, Specifieke eisen met betrekking tot de verzamelaanvraag en aangiften van bijzondere vormen van grondgebruik
Verordening (EG) nr. 1122/2009
1. Ingeval een landbouwer voornemens is hennep te produceren overeenkomstig artikel 39 van Verordening (EG) nr. 73/2009, bevat de verzamelaanvraag:
a) alle informatie die nodig is voor de identificatie van de met hennep ingezaaide percelen, met een opgave van de gebruikte henneprassen;
b) een opgave van de gebruikte hoeveelheden zaaizaad (kilogram per hectare);
c) de overeenkomstig Richtlijn 2002/57/EG van de Raad (17), en met name artikel 12 daarvan, op de verpakking van het zaaizaad gebruikte officiële etiketten of andere door de betrokken lidstaat als gelijkwaardig erkende documenten.
In afwijking van de eerste alinea, onder c), worden de etiketten, indien de inzaai na de uiterste datum voor de indiening van de verzamelaanvraag plaatsvindt, uiterlijk op 30 juni ingediend. In het geval dat de etiketten ook bij andere nationale autoriteiten moeten worden ingediend, kunnen de lidstaten bepalen dat die etiketten aan de landbouwer worden teruggegeven nadat zij overeenkomstig dat punt zijn ingediend. Op de teruggegeven etiketten wordt vermeld dat zij voor een aanvraag zijn gebruikt.
2. In het geval van een aanvraag om de areaalbetaling voor noten als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 4, van Verordening (EG) nr. 73/2009, wordt in de verzamelaanvraag het aantal notenbomen vermeld, uitgesplitst naar soort.
3. In het geval van een aanvraag om steun voor zetmeelaardappelen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 2, van Verordening (EG) nr. 73/2009, bevat de verzamelaanvraag een kopie van het teeltcontract; de lidstaten kunnen evenwel voor de indiening van deze kopie een latere uiterste datum bepalen, die niet later mag zijn dan 30 juni.
4. In het geval van een aanvraag om steun voor zaaizaad als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 5, van Verordening (EG) nr. 73/2009 bevat de verzamelaanvraag:
a) een kopie van het vermeerderingscontract of de vermeerderingsaangifte; de lidstaten kunnen evenwel voor de indiening van deze kopie een latere uiterste datum bepalen, die niet later mag zijn dan 15 september;
b) een opgave van de op elk perceel ingezaaide zaadsoort;
c) een opgave van de door vermeerdering geproduceerde hoeveelheden gecertificeerd zaaizaad, aangegeven in kwintalen (100 kg) tot één cijfer achter de komma; de lidstaten kunnen evenwel voor de verstrekking van die informatie een latere uiterste datum bepalen, die niet later mag zijn dan 15 juni van het jaar volgende op de oogst;
d) een kopie van de bewijsstukken waaruit blijkt dat de bedoelde hoeveelheden zaaizaad officieel zijn gecertificeerd; de lidstaten kunnen evenwel voor de verstrekking van die informatie een latere uiterste datum bepalen, die niet later mag zijn dan 15 juni van het jaar volgende op de oogst.
5. In het geval van een aanvraag om de gewasspecifieke betaling voor katoen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 6, van Verordening (EG) nr. 73/2009, bevat de verzamelaanvraag:
a) de naam van het ras van het gebruikte katoenzaad;
b) in voorkomend geval, de naam en het adres van de erkende brancheorganisatie waarvan de landbouwer lid is.
6. In het geval van een aanvraag om overgangsbetalingen voor groenten en fruit als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 8, van Verordening (EG) nr. 73/2009 of een aanvraag om de overgangsbetaling voor zacht fruit als bedoeld in afdeling 9 van dat hoofdstuk bevat de verzamelaanvraag een kopie van het verwerkingscontract of de leveringsverbintenis als bedoeld in artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1121/2009.
De lidstaten kunnen voor de afzonderlijke indiening van de in de eerste alinea bedoelde informatie een latere uiterste datum bepalen, die niet later mag zijn dan 1 december van het jaar van de aanvraag.
7. In het geval van een aanvraag die betrekking heeft op een oppervlaktegebonden maatregel in het kader van specifieke steun, bevat de verzamelaanvraag alle door de lidstaat gevraagde documenten.
8. De in artikel 6, lid 2, en artikel 38 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde vormen van grondgebruik en de in bijlage VI bij die verordening bedoelde vormen van grondgebruik of de voor de in artikel 68 van Verordening (EG) nr. 73/2009 bedoelde specifieke steun aangegeven oppervlakten ingeval die oppervlakten niet op grond van het onderhavige artikel hoeven te worden aangegeven, worden in een afzonderlijke rubriek op de verzamelaanvraag aangegeven.
Vormen van grondgebruik die niet dienstig zijn voor de in de titels III, IV en V van Verordening (EG) nr. 73/2009 vastgestelde steunregelingen en die evenmin in bijlage VI bij die verordening worden bedoeld, worden aangegeven in een of meer rubrieken „andere vormen van grondgebruik”.
De lidstaten kunnen bepalen dat de eerste en de tweede alinea niet van toepassing zijn ingeval de betrokken informatie ter beschikking van de bevoegde autoriteiten wordt gesteld in het kader van andere beheers- en controlesystemen die compatibiliteit met het geïntegreerd systeem als bedoeld in artikel 26 van Verordening (EG) nr. 73/2009 garanderen.
9. Elke lidstaat stelt de minimumoppervlakte vast van de percelen landbouwgrond waarvoor een aanvraag kan worden ingediend. De minimumoppervlakte mag echter niet groter zijn dan 0,3 ha.