Art. 4, Beginpunt in de productieketen en verplichtingen
1. Zodra exploitanten dierlijke bijproducten of afgeleide producten die in het toepassingsgebied van deze verordening vallen, doen ontstaan, identificeren zij deze en zorgen zij ervoor dat deze overeenkomstig deze verordening worden verwerkt (beginpunt).
2. De exploitanten zorgen er in alle fasen van het verzamelen, het vervoer, de hantering, de behandeling, de transformatie, de verwerking, de opslag, het in de handel brengen, de verdeling, het gebruik en de verwijdering binnen de ondernemingen die zij controleren, voor dat de dierlijke bijproducten en afgeleide producten voldoen aan de vereisten van deze verordening, die betrekking hebben op hun activiteiten.
3. De lidstaten zien erop toe dat en verifiëren of de exploitanten aan de relevante vereisten van deze verordening voldoen voor de hele keten van dierlijke bijproducten en afgeleide producten als gepreciseerd in lid 2. Hiertoe handhaven zij een systeem van officiële controles overeenkomstig de desbetreffende communautaire wetgeving.
4. De lidstaten zorgen ervoor dat op hun grondgebied een passende infrastructuur voorhanden is opdat dierlijke bijproducten:
a) onverwijld worden verzameld, geïdentificeerd en vervoerd; alsmede
b) overeenkomstig deze verordening worden behandeld, gebruikt of verwijderd.
5. De lidstaten mogen hun verplichtingen uit hoofde van lid 4 in samenwerking met andere lidstaten of derde landen vervullen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 27 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:794
- CBb 2 juni 2020, ECLI:NL:CBB:2020:368
- CBb 23 april 2024, ECLI:NL:CBB:2024:291
- CBb 17 maart 2026, ECLI:NL:CBB:2026:117
- Rb. Rotterdam 17 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6915
- Rb. Midden-Nederland 29 maart 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ7309
- CBb 2 november 2021, ECLI:NL:CBB:2021:965
- CBb 20 november 2018, ECLI:NL:CBB:2018:618