Art. 28 Verordening (EG) nr. 1005/2009, Inspectie

Verordening (EG) nr. 1005/2009

1. De lidstaten voeren inspecties uit met betrekking tot de naleving van deze verordening door de ondernemingen, waarbij zij een risicogestuurde benadering hanteren, inclusief inspecties betreffende de invoer en uitvoer van gereguleerde stoffen alsook van producten en apparaten die dergelijke stoffen bevatten of nodig hebben. De bevoegde instanties van de lidstaten stellen het onderzoek in dat de Commissie op grond van deze verordening nodig acht.

2. Indien de Commissie en de bevoegde instantie van de lidstaat op het grondgebied waarvan het onderzoek moet worden verricht, ermee instemmen, staan de ambtenaren van de Commissie die van genoemde instantie bij de uitvoering van hun taak bij.

3. Bij de uitvoering van de haar ingevolge deze verordening opgelegde taken kan de Commissie van de overheden en de bevoegde instanties van de lidstaten en van ondernemingen alle benodigde gegevens verlangen. Wanneer de Commissie een onderneming om gegevens verzoekt, zendt zij tegelijkertijd met het verzoek een afschrift aan de bevoegde instantie van de lidstaat op het grondgebied waarvan het hoofdkantoor van de onderneming is gevestigd.

4. De Commissie neemt passende maatregelen om adequate uitwisseling van informatie en samenwerking tussen de nationale instanties onderling alsmede tussen de nationale instanties en de Commissie te bevorderen.

De Commissie neemt passende maatregelen om het vertrouwelijk karakter van de op grond van dit artikel verkregen gegevens te beschermen.

5. Een lidstaat mag op verzoek van een andere lidstaat inspecties of onderzoek uitvoeren bij ondernemingen die worden verdacht van betrokkenheid bij de illegale overbrenging van gereguleerde stoffen en die op het grondgebied van die lidstaatwerkzaam zijn.