Art. 34 Verordening (EG) nr. 713/2009, Beoordeling
1. De Commissie verricht, bijgestaan door een externe, onafhankelijke deskundige, een evaluatie uit van de activiteiten van het agentschap. Bij deze evaluatie worden de resultaten van het agentschap en zijn aanpak getoetst aan zijn doelstelling, mandaat en taken zoals vastgelegd in deze verordening en in zijn jaarlijkse werkprogramma’s. De evaluatie vindt plaats op basis van een uitvoerige raadpleging in overeenstemming met artikel 10.
2. De Commissie dient de in lid 1 bedoelde evaluatie in bij de raad van regulators van het agentschap. De raad van regulators doet aanbevelingen betreffende wijzigingen van deze verordening, het agentschap en zijn werkmethoden aan de Commissie, die deze aanbevelingen, vergezeld van haar advies en passende voorstellen, aan het Europees Parlement en de Raad kan doorgeven.
3. Binnen drie jaar nadat de eerste directeur in functie is getreden, dient de Commissie de eerste evaluatie in bij het Europees Parlement en de Raad. Daarna komt zij ten minste om de vier jaar met een nieuwe evaluatie.