Art. 63 Verordening (EG) nr. 607/2009, Bijzondere voorschriften betreffende wijndruivenrassen en wijnoogstjaren voor wijnen zonder beschermde oorsprongsbenaming of geografische aanduiding

Verordening (EG) nr. 607/2009

1. De lidstaten wijzen de bevoegde autoriteit of autoriteiten die verantwoordelijk is of zijn voor de in artikel 60, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde certificering, aan volgens de criteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (15).

2. De wijn wordt in elke productiefase, met inbegrip van de verpakkingsfase, gecertificeerd door:

a) de in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit of autoriteiten, of

b) één of meer controleorganen in de zin van artikel 2, tweede alinea, punt 5, van Verordening (EG) nr. 882/2004 die overeenkomstig artikel 5 van die verordening optreden als certificeringsorgaan voor het product.

De in lid 1 bedoelde autoriteit of autoriteiten bieden adequate garanties inzake objectiviteit en onpartijdigheid, en beschikken over het gekwalificeerde personeel en de middelen die nodig zijn om hun taak te vervullen.

De in de eerste alinea, onder b), bedoelde certificeringsorganen moeten voldoen aan, en vanaf 1 mei 2010 geaccrediteerd zijn volgens, de Europese norm EN 45011 of ISO/IEC Guide 65 (Algemene voorschriften voor instanties die productcertificeringssystemen toepassen).

De kosten van de certificering zijn ten laste van de betrokken marktdeelnemer.

3. De in artikel 60, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 bedoelde certificeringsprocedure moet administratieve gegevens opleveren waaruit blijkt dat de op de etiketten van de betrokken wijnen aangegeven wijndruivenrassen of wijnoogstjaren correct zijn.

Daarnaast mag een producerende lidstaat besluiten dat:

a) de wijn aan de hand van anonieme steekproeven organoleptisch op geur en smaak moet worden onderzocht om te verifiëren of de essentiële kenmerken van de wijn aan het (de) gebruikte wijndruivenras(sen) toe te schrijven zijn;

b) als de wijn bereid is uit één enkel wijndruivenras, een analytisch onderzoek moet worden verricht.

De certificeringsprocedure wordt door de in de leden 1 en 2 bedoelde bevoegde autoriteiten of controleorganen uitgevoerd in de lidstaat waarin de productie plaatsvond.

De certificering wordt uitgevoerd:

a) hetzij via op een risicoanalyse gebaseerde aselecte controles,

b) hetzij via steekproeven,

c) hetzij op systematische wijze.

Bij de aselecte controles wordt uitgegaan van een vooraf door de autoriteit(en) opgesteld controleprogramma dat de verschillende stadia van de bereiding van het product omvat. De marktdeelnemers worden van het controleprogramma in kennis gesteld. De lidstaten selecteren op aselecte wijze het minimum aantal marktdeelnemers dat moet worden gecontroleerd.

Als steekproefsgewijs wordt gecontroleerd, ziet de lidstaat erop toe dat de controles qua aantal, aard en frequentie representatief zijn voor zijn hele grondgebied en in overeenstemming zijn met de hoeveelheid wijnbouwproducten die in de handel is gebracht of met het oog daarop in voorraad wordt gehouden.

Aselecte controles mogen met steekproefsgewijze controles worden gecombineerd.

4. Wat artikel 60, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 479/2008 betreft, zien de producerende lidstaten erop toe dat de producenten van de betrokken wijnen zijn erkend door de lidstaat waar de productie plaatsvindt.

5. Op het gebied van de controle, met inbegrip van de traceerbaarheid, zien de producerende lidstaten erop toe dat titel V van Verordening (EG) nr. 555/2008 en Verordening (EG) nr. 606/2009 worden toegepast.

6. Bij mengsels van wijnen uit verschillende lidstaten als bedoeld in artikel 60, lid 2, onder c), van Verordening (EG) nr. 479/2008 kan de certificering worden uitgevoerd door de autoriteit(en) van ongeacht welke betrokken lidstaat.

7. Voor overeenkomstig artikel 60, lid 2, van Verordening (EG) nr. 479/2008 geproduceerde wijnen mogen de lidstaten besluiten de aanduiding „ cépagewijn ” te gebruiken, aangevuld met de naam van:

a) de betrokken lidstaat of lidstaten;

b) het wijndruivenras of de wijndruivenrassen.

Voor in derde landen geproduceerde wijnen zonder beschermde oorsprongsbenaming, beschermde geografische aanduiding of geografische aanduiding, op het etiket waarvan de naam van één of meer wijndruivenrassen of het wijnoogstjaar zijn vermeld, mogen derde landen besluiten de vermelding „ cépagewijn ” te gebruiken, aangevuld met de naam van het betrokken derde land of de betrokken derde landen.

Als de naam van de lidstaat (lidstaten) of van het (de) derde land(en) wordt aangeduid, is artikel 55 van deze verordening niet van toepassing.

8. De leden 1 tot en met 6 zijn van toepassing voor producten die zijn bereid van druiven welke in 2009 of daarna zijn geoogst.

Vorige artikelen

Volgende artikelen