Art. 14 Verordening (EG) nr. 223/2009, Uitvoering van het Europees statistisch programma
1. Het Europees statistisch programma wordt uitgevoerd door middel van specifieke statistische acties die worden vastgesteld:
a) door het Europees Parlement en de Raad;
b) door de Commissie, in specifieke en naar behoren gemotiveerde gevallen, met name om overeenkomstig het bepaalde in lid 2 in onverwachte behoeften te voorzien; hetzij
c) door middel van een overeenkomst tussen de NSI of andere nationale instanties en de Commissie (Eurostat), binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden. Een dergelijke overeenkomst wordt schriftelijk vastgelegd.
2. De Commissie kan overeenkomstig de in artikel 27, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure tot een tijdelijke directe statistische actie besluiten, op voorwaarde dat:
a) de actie niet voorziet in het verzamelen van gegevens die zich uitstrekken tot meer dan drie referentiejaren;
b) de te verzamelen gegevens al bij de verantwoordelijke NSI en andere nationale instanties beschikbaar of toegankelijk zijn of direct kunnen worden verkregen en er steekproeven worden gebruikt die zich lenen voor het waarnemen van de statistische populatie op Europees niveau middels adequate coördinatie met de NSI en andere nationale instanties, en
c) de Gemeenschap in overeenstemming met Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002, financiële bijdragen verleent aan de NSI en andere nationale instanties om de door hen gedragen meerkosten te dekken.
3. Bij het voorstellen van een actie waarover overeenkomstig lid 1, onder a) of b), moet worden besloten, verschaft de Commissie de volgende informatie:
a) de redenen die aan de actie ten grondslag liggen, met name in het licht van de doelstellingen van het betrokken Gemeenschapsbeleid;
b) de doelstellingen van de actie en de verwachte resultaten;
c) een kostenefficiëntieanalyse met een evaluatie van de enquêtedruk en de productiekosten, en
d) de wijze waarop de actie moet worden uitgevoerd, inclusief de looptijd ervan en de rol van de Commissie en de lidstaten.